Schoonhovense Mixed Hockey Club









Coachmap


Schoonhovense Mixed Hockey Club



Seizoen 2009-2010



Afdeling:
Poulenummer:

Teamcode:









Inhoud coachmap

  1Telefoonnummers en EHBO
  2 Inleiding
  3 Website
  4 Opbelschema
  5 Invulinstructie wedstrijdformulier
  6 Uitwedstrijden
  7 Thuiswedstrijd
  8 De wedstrijd
  9 Invallerregeling
10 Toernooien
11 Interactie Trainer – Coach
12 Opstelling
13 Overige tactische/technische tips
14 Spelregels
15 De Coach en de Technische Commissie
16 Eerste contact met het team
17 De wedstrijd
18 De spelleider
19 De begeleider
20 Welke begeleiding vraagt de elftalhockeyer?
21 Contacten met de trainer
22 De aanvoerder
23 De coach en fair play
24 Nog in de map op te nemen cq te bespreken zaken



1 Telefoonnummers en EHBO

EHBO / Verbandkoffer: In de keuken boven de geluidsinstallatie

Icepacks: In de vriezer achter de bar.
Alarmnummer 112
Niet levensbedreigend:
Ambulance 516066
Brandweer 550550
Politie 0900-8844

Huisartsen:
Dr. Boukes/ dr. Walma 383319
Dr. Oteman 325666
Dr. Goutier 385232
Hollands Huisartsenpraktijk 325777
’s avonds na 18.00 / weekend HAP 322488


Tandartsen:
Van Moorsel 320270
Van Es 382222
Praktijk Thiendenland 385488
Ivory & Ivory 383344


Overige telefoonnummers:
Goed- / afkeuren veld: Erik van Erk 386990   Margot Walter 387132

Ledenlijst overige leden Achter de bar boven de telefoon aan de muur.
Of via MySMHC bij de knop "Gegevens Zoeken".

Route- en adreslijst clubs en sporthallen. (ook in postvak op hoek bar )



   Bestuur en commissies


FUNKTIE NAAM ADRES / EMAIL** / OPMERKING TELEFOON FOTO
Clubhuis Prunuslaan 1
28711 RR Schoonhoven
385255
Bestuur
Voorzitter Bas van Nooten 388494
06 28978555
Secretaris Jennifer Smits Email: 0182 326841
06 53977716
Penningmeester Peter Zegger Opweg 27   2871 NG Schoonhoven
Email:
329155
Bestuurslid 1 Margot Walter 387132
06 20843540
Bestuurslid 2 Erik van Erk 386990
06 53355254
Bestuurslid 3 Vacature
Steungroep
Leden Administratie Peter Zegger Opweg 27   2871 NG Schoonhoven
Email:
329155
Webmaster en redacteur Push  
Email:
Reserve Webmaster Erik van Erk Email: 386990
06 53355254
Gevonden voorwerpen Dineke van Nooten 0182388494
06 10980206
Nieuwe leden contact 1 Erik van Erk 386990
06 53355254
Nieuwe leden contact 2 Margot Walter 387132
06 20843540
Technische commissie
Voorzitter TC Erik van Erk Email: 386990
06 53355254
TC 2 Margot Walter 387132
06 20843540
TC 3 Vacature
TC / Keepersmaterialen Kees Donk 0182 383405
06 53412888
Arbitrage Wim van Arkel Email: 387843
Wedstrijdsecretariaat Senioren Vacature  
Email:
Wedstrijd secretariaat Junioren Liesbeth Dirks Albrecht Beijlinggracht 34   2871SC Schoonhoven
Email:
383562
Voorzitter TC Jongste Jeugd Vacature
TC Jongste Jeugd 2 Christine Buijs 388780
TC Jongste Jeugd 3 Linda Boelens 326367
TC Jongste Jeugd 4 Lucia Fix 320246
Wedstrijd secretariaat Mini Benita Gehlen S.L. van Alterenlaan 28   3413MJ Jaarsveld
Email:
0348 553797
06 22053632
WS Inleveren formulieren JJ Tieneke van den Berg-Elshout Lopikersingel 15 0182 500633
Veldkeuring trainingen Liesbeth Scholten-van Dijk 320507
Veldkeuring weekend Edwin Molenaar 387035
Bar commissie
Voorzitter BC Jean Pierre van Erkel Amperelaan 43   2871ZB Schoonhoven 386139
Roostermaker BC Carolien de Beus Email: 0348 552231
Penningmeester BC Adri Hagoort Ereprijs 31   2871MZ Schoonhoven
Email:
385549
06 54692886
BC 1 Margrethe Glazener Email: m.glazener* *@* *worldonline.nl 388561
BC 2 Maria Ruiz Email: mdchernandez33* *@* *hotmail.com 06 14832853
Sponsor commissie
Voorzitter SC Peter Zegger Email: sponsorcie@smhc.info 329155
SC 1 Wim Hardijzer 381365
SC 2 Pieter-Jan Prince 0182-386415
06-51278143
SC 3 Martijn Bendijk 386276
Kas commissie
KC 1 Yvonne van der Leer 386186
KC 2 Jan van der Vlist 382990
Klusteam
Voorzitter KT Vacature
KT 1 Vacature
Siertuinier Liesbeth Scholten-van Dijk 320507
KT 2 Gerard Goemans 384003
Vriend KT 4 Frank Santman 386792
Vriend KT 2 Ton van der Poel 386065
Vriend KT 1
Jeugd commissie
Coordinator JeugdCie Leone Groote Woortmann 0182 351011
Voorzitter JC Vacature Email:
JC 1 Vacature
JC 2 Vacature
JC 3 Vacature
JC 4 Vacature
** Emailadressen in antispam weergave. Haal * * weg rond @
Opm: Coaches en trainers staan op andere pagina's. Kijk bij Mijn SMHC.

 


COACHES

TEAM COACH TELEFOON
    
D1 Margot Walter 387132
H1 Harry Koopstra 384793
Jongens 8E1 Henry Visser 06 41270515
  Pim Bouman
Jongens A1 Casper den Besten 386790
  Jonathan van Es 382767
Jongens B1 Rita Koopstra 384793
  Bert Goudriaan 320170
Jongens C1 Marc Groote Woortmann 0182 351011
  Adriaan van t Spijker 320246
Meisjes 8E1 Dorine ten Brink 0182 357199
  Astrid van Ballegooij-Trompetter 387347
Meisjes 8E2 Paul Noomen 06 25078901
Meisjes A1 Edwin Molenaar 387035
  Peter Zegger 329155
Meisjes B1 Wim van Arkel 387843
Meisjes C1 Maus Jaarsma 0182 351690
  Sylvana Spee 388970
Meisjes D1 Margot Walter 387132
  Christine Buijs 388780
  Madelon Buscop 387027
  Sandra Groot 386880
Meisjes D2 Wim Hardijzer 381365
  Martijn Bendijk 386276
Meisjes E3 Chantal Vermeulen 0182 381052
  Laura Wildschut 0182 381221
Meisjes F1 Edwin van den Berg 742709
Trimmers Pieter Kramer 305065
Veteranen A Frank Heldoorn 385535

2 Inleiding.

2.1 Algemeen
E en coach van een jeugdteam heeft geen gemakkelijke taak. Naast specifieke hockey-aspecten krijgt hij te maken met opvoedkundige aspecten, zoals "hoe ga je om met je tegenstanders?", "hoe ga je om met scheidsrechters?", "hoe zorgen we met z'n allen voor fair-play?", enz.
Eén van de belangrijkste doelen die een jeugdcoach moet hebben is om het hockeyen voor de kinderen stimulerend, interessant, leerzaam en leuk te maken. Zeker bij jonge kinderen mag geen prestatiedruk in de zin van "moeten winnen" gelegd worden.
De coach maakt geen deel uit van het team. Wel hoort hij bij het team en zijn handelingen en gedragingen zijn in hoge mate bepalend voor de sfeer, de speelwijze en het plezier dat de kinderen hebben.
Hij moet zich constant bewust zijn dat hij werkt met individuen die verschillende persoonlijkheden en fysieke eigenschappen hebben. Ieder van die individuen vraagt dus om een persoonlijke benadering.
Daarnaast zal de coach de relaties tussen de spelers onderling en tussen de spelers en hemzelf als coach goed moeten observeren.
Het is essentieel dat de coach zijn handelingen afstemt op het niveau van de groep. Opdrachten die te moeilijk zijn voor het team en boven de vaardigheden van de spelers uitstijgen werken averechts: er zal alleen maar slechter door gespeeld gaan worden. Ook dient de coach de taal die hij gebruikt aan te passen aan het niveau van de spelers. De coach moet derhalve bekende, ook op de training gebruikte termen hanteren en hij moet de spelers niet
overladen met ingewikkelde en voor de kinderen vaak onbegrijpelijke termen, zoals "zônedekking", "speel op de interceptie" en "neem de scoringsposities in". Alleen als op de training deze zaken voldoende aan de orde zijn geweest kunnen ze in de wedstrijdbegeleiding terugkomen.
Een aparte groep waar de coach mee te maken krijgt is de groep ouders.
Vaak zijn de ouders veel meer gericht op winnen en presteren dan de kinderen. Zij ervaren een fout of een misser van hun kind als een persoonlijke fout. Alle aandacht, zowel positieve als negatieve, wordt op het kind gericht. Het zal duidelijk zijn dat deze ouders "schadelijk" zijn voor een goede hockeyontwikkeling van een kind. in deze gevallen is het een taak van de coach om de ouders te wijzen op de negatieve kanten van hun gedrag en om ze suggesties te geven over hoe het wél kan: positief aanmoedigen en ondersteunen en de inhoudelijke aanwijzingen aan de coach overlaten.
N.B. De termen "coachen" en "begeleiden" en "coach" en "begeleider" worden willekeurig door elkaar gebruikt.

3 Website
Via Help -> Wat je van de website moet weten krijg je deze tekst ook:

Wat je van de SMHC website moet weten


Website menu
Het menu staat direct onder de naam Schoonhovense Mixed Hockey Club.
Naast de Home knop waarmee je op de homepage (=startpagina) van SMHC komt staan de menu groepen.

De kop van elke groep stuurt je naar een overzichtspagina (nodig voor als je geen Javascript toelaat).
Verder staan deze mogelijkheden ook in het uitgeklapte menudeel.

Contact
Belangrijke namen, email-adressen en telefoonummers staan onder Club SMHC bij    Organisatie.
Kopij voor de website, of vragen/opmerkingen over de website, kan je sturen naar de webredacteur .
Op een teampagina (via Mijn SMHC) kan je overigens zelf een teamblog invoeren.
Foto's kan je zelf plaatsen op de SMHC fotogalerij. Lees daar ook de uitleg met de link Help SMHC.

Wekelijkse informatie
Tijdens het wedstrijdseizoen wordt elke maandagavond het wedstrijdschema bijgewerkt. Dus op dinsdag is het al zinvol om te kijken wat er voor jou het komende weekend precies op het programma staat. Dat is ook een mooi moment om de mededelingen van bestuur of commissies even door te nemen. Afgelastingen van trainingen worden vaak als mededeling op de website gezet. Dus bij heel slecht weer even kijken.

Op de homepage van de website staat een knop die linkt naar "Club blad Digi-Push". Daarmee krijg je het digitale clubblad te zien. Daar staat alles op wat voor de lopende week van belang is. Deze pagina is ook goed te printen.

Op de homepage zelf staan ook de koppen van het "Laatste Nieuws" . Door op en kop te klikken krijg je de gehele tekst in beeld.
Daaronder staat "Oud Nieuws" met mededelingen die doorgaans meer dan twee weken oud zijn maar nog niet zijn weggehaald. Er is ook nog een archief met nog oudere mededelingen.
Als er mededelingen van een coach is dan staat onder oud nieuws een link naar de mededeling. Met zo’n link kom je op de teampagina van die coach.
De leden zelf kunnen ook tekst plaatsen op de Blog van hun "Teampagina". Als er een nieuwe teamblogs is dan komt er gedurende twee weken een link onder de coaches mededelingen.

Nieuwe leden of nieuwe coaches
Rechts op de homepage staat een link Info/Informatie voor nieuwe leden (Kan ook via menukeuze Club SMHC).
Daarmee kom je op een informatiepagina met onder andere een link naar ons digitale aanmeldingsformulier.
Met dit formulier kan je je opgeven als lid van SMHC.
Ondersteuners (coaches, commissieleden, trainers) kunnen daarmee ook hun gegevens zetten om die te laten invoeren!

NAAM_ID
Om tikfouten te voorkomen heeft elke SMHC-er een naamcode (NAAM_ID).
De NAAM_ID wordt gevormd door de eerste drie letters van de achternaam (niet de tussenvoegsels als: de van het of  O') en de eerste drie letters van de voornaam. Zonder áccènten.
Dus Pim van Dijk wordt dan: DijPim (je mag ook dijpim invoeren).
Heb je een korte naam zoals Ad van Dijk of Pim van Es dan wordt de NAAM_ID: DijAd of EsPim
Heb je een dubbele achternaam dan gebruiken we het eerste deel. Dus Tycho van Nispen tot Pannerden wordt van NisTyc.
Heb je bijna dezelfde naam als iemand anders dan komt er een cijfer achter de NAAM_ID. Pim van Dijk wordt DijPim1 en Pim Paul van Dijk wordt DijPim2.

Website interactief
Jouw NAAM_ID kan je als cookie op jouw PC laten opslaan (kijk op Mijn SMHC bij 'Alleen voor leden')
Deze komt dan ook bij de knop “Clubblad Digi-Push” te staan (je mag hem daar ook iedere keer zelf invoeren of veranderen) .
In het wedstrijdschema krijg je dan alleen alle wedstrijden te zien die voor jou en jouw huisgenoten van belang zijn (spelen, fluiten, rijden, bardienst, trakteren).
Jullie namen worden vet gedrukt weergegeven in het schema.

Kijk eens op Mijn SMHC pagina's en de Wedstrijden pagina's om te zien waar alles te vinden is.
Op de Teampagina’s zie je teamleden met bellijst. Informatie over trainen en coaches. Verder natuurlijk de team blogs en de eventuele coachmededeling.
Als je een keer niet kunt fluiten of een bardienst doen dan helpt de pagina 'Vervanger zoeken' (bij Wedstrijden) met het vinden van een geschikte vervanger.
In het fotoboek. (Mijn SMHC / Alleen voor leden) kunnen leden zelf ook foto's plaatsen.
Foto's alleen maar bekijken kan ook via menu 'Fun'.
Op de Mijn SMHC pagina met inloggen kunnen bestuur en coaches verder naar hun eigen pagina's.
Coaches moeten wel een password opvragen en hun IP adres laten noteren. Kijk op deze pagina bij coaches.

Email adressen
De club maakt veel gebruik van de email adressen van de leden.
Als extra hulpmiddel krijgt maandagavond/nacht iedereen die moet rijden, fluiten of bardienst draaien een mailtje. Verder kan het bestuur mailtjes sturen naar groepen leden. Ook de jaarlijkse contributienota wordt gemaild. Iets te koop aanbieden op Marktplaats SMHC loopt ook via jouw email adres.
Daarom is het belangrijk dat ons email adressenbestand klopt. Op de Mijn SMHC pagina (Alleen voor leden) is een “PIN en Mail tester” link. Daarmee kan je snel een emailwijziging doorgeven aan de ledenadministratie.
Let op: het kan zijn dat jouw Hotmail de mailtjes die verzonden worden door alles dat eindigt op @smhc.info als SPAM ziet. Dat moet je dan zelf in hotmail aanpassen.

SMHC PIN
Leden kunnen een aantal zaken invoeren op de website. Daarvoor hebben ze een PIN code nodig. Met de al genoemde “PIN en Mail tester” link kan je jouw pincode aanvragen. Die wordt dan direct naar jouw email adres gestuurd.
Je kunt de webmaster vragen jou een nieuwe PIN te geven. Met de SMHC PIN kan je:
* Een of meer foto’s plaatsen in de SMHC fotogalerij. Klik hier voor een demonstratie.
* Een Blog-tekst op een teampagina zetten, met eventueel daarin een foto uit de fotogalerij.

Privacy beleid
De gegevens van leden en ondersteuners staan in een beveiligde lijst.
Delen daarvan worden op de website zichtbaar gemaakt. Zo worden op de teampagina’s de teamleden genoemd en hun telefoonnummers. Ook de adressen zijn te vinden. Bij het zoeken van een vervanger voor bardienst of fluiten krijg je ook nog wat opmerkingen per persoon te zien (bijvoorbeeld scheidsrechters niveau). Email adressen worden goed afgeschermd.
Alleen daarvoor toegelaten bestuur- of commissieleden kunnen (delen van) de lijst inzien of aanpassen.

Coaches
1. Voor de coaches (en de aanvoerders van de seniorenteams) is er op de website de mogelijkheid om informatie voor de teamleden te plaatsen.
Als een coach zijn teamnaam en IP adres (Dit is jouw IP adres: 38.107.191.95) doorgeeft aan de voorzitter van de TC of de webmaster dan wordt dat in de NamenActief lijst gezet. Daarna krijgt de coach ook het coaches password toegestuurd. Je kunt ook twee IP adressen opgeven (thuis en werk bijvoorbeeld).LET OP: Soms wordt het mailtje niet echt verzonden (bijvoorbeeld wanneer je standaard mailtjes met Word verstuurd). Stuur dit mailtje daarom ter controle niet alleen naar tc of push maar ook naar jezelf.
De coach kan dan:
Alle belangrijke gevens van zijn teamleden, trainers en coaches zien.
Een coach opmerking op de teampagina zetten.
Rijden invoeren in wedstrijdschema.
Opmerkingen over wie wel en niet kan rijden invoeren in ledenlijst.
Tracteren invoeren in wedstrijdschema.
De bellijst voor zijn team invoeren.
Een mailtje sturen naar zijn team (eventueel plus coaches en trainers).

2. Verder is er voor coaches een map met veel nuttige informatie voor coaches.

SMHC mobi voor GSM
Voor opvragen met jouw GSM zijn er 15 heel compacte pagina's.
Deze bevatten geen foto's, plaatjes of tabellen.
Daardoor zijn ze snel en goedkoop op te vragen
De SMHC mobi homepage is www.smhc.info/mobi.php

En verder
Er zijn diverse help pagina's die jouw verder de weg kunnen wijzen op de website.
Ook staat daar een zoekfunctie waarmee je op de SMHC site kunt zoeken.
Mis je nog iets, geef dat dan door aan de webmaster.

4 Opbelschema
4.1 Doel
Voor het doorgeven van berichten (bijvoorbeeld de afgelasting van een wedstrijd of training) is een opbelschema een groot gemak voor zowel de coach als de trainer.

4.2 Uitgangspunten/ aanbevelingen
Bij afgelastingen van een wedstrijd wordt de eerste van de bellijst gebeld. Deze dient te zorgen voor het doorgeven aan de spelers van het betreffende team.
Spelers die veraf wonen moeten boven aan de lijst geplaatst worden, zo dat zij het eerst worden geïnformeerd.
Het belschema wordt door de coach op de teampagina gezet. Dag gaat via de coaches pagina. Vraag daarvoor het coachwachtwoord bij de voorzitter TC
Hint: Zet het opbelschema zo snel mogelijk op de teampagina. Dan kunnen de kinderen zelf berichten doorgeven.
NB Indien u een vervangende coach hebt geregeld, geef dit door aan de TC .


5 Invulinstructie wedstrijdformulier

Hoe gaat het invullen in zijn werk?

De coach van het ontvangende team geeft voorafgaand aan de wedstrijd het wedstrijdformulier aan zijn collega van het bezoekende team, met reeds de volgende onderdelen ingevuld:
Namen en voorletters van de spelers van het ontvangende team in blokletters
"Schoonhoven" bij vereniging
Poulenummer (nog nodig?)
Wedstrijdnummer
Teamcode ontvangende team
De coach van het bezoekende team vult vervolgens de gegevens van het bezoekende team in.
De coaches vullen na afloop van de wedstrijd de volgende onderdelen in:
De uitslag
De speciale opmerkingen
De scheidsrechters ondertekenen het formulier
N.b. nadat de doordrukexemplaren zijn afgescheurd, mag er op het originele formulier niets meer gewijzigd en/of toegevoegd worden!

Hoe gaat het verder in zijn werk?
De ontvangende vereniging is verantwoordelijk voor het tijdig inzenden van het originele exemplaar
Beide verenigingen behouden hun (doordruk)exemplaar voor hun eigen archief.
Het formulier dient dezelfde dag bij de betreffende wedstrijdsecretaris te worden ingeleverd.

Belangrijke overige zaken:
De verenigingen dienen alle wedstrijdformulieren van het seizoen te bewaren, desgevraagd kan de competitieleiding een kopie van het "verenigingsexemplaar" opvragen; indien de vereniging het exemplaar niet in zijn bezit heeft, zal die vereniging worden beboet.
De ontvangende vereniging is altijd(eind)verantwoordelijk voor het juist en volledig invullen van het formulier en dient daarop toe te zien middels de aanvoerder/begeleider.
Bij het onjuist en/of onvolledig invullen van het wedstrijdformulier of bij het te laat ontvangen van het wedstrijdformulier door de competitieleiding zal de ontvangende (inzendende) vereniging een boete van €4,50 per overtreding worden opgelegd.
 


6 Uitwedstrijden

6.1 Verzamelen / thuisbrengen
Op de website wordt de tijd vermeld waarop vertrokken dient te worden. Zorg dus voor tijdige aanwezigheid. Bij de mini’s worden de kinderen thuisgebracht, tenzij anders afgesproken is met de ouders. Vraag in het informatie-briefje wat bij het begin van de competitie aan de kinderen wordt gegeven ook naar de bereikbaarheid van de ouders in het geval er iets aan de hand is.

6.2 Vervoer
Maak een schema voor ouders om zorg te dragen voor het vervoer van kinderen bij uitwedstrijden.
Dat kan via de coaches pagina of met briefjes.
Geef de namen van ouders die niet deel kunnen nemen aan het vervoerschema door aan de TC. Deze mensen zijn wellicht nog te benaderen voor andere werkzaamheden.
Laat ouders die op een aangewezen dag niet kunnen rijden, zelf ruilen met een andere ouder van het team. Dit moeten zij natuurlijk wel even doorgeven.
Laat ouders die sowieso meegaan dit ook even melden. Te veel (onnodige) auto’s is ook niet gewenst.
Hint: Check het vervoer voor de volgende wedstrijd tijdens de training.
Zorg voor een kopie van de routebeschrijving voor de chauffeurs. Kijk bij Route- en adreslijst clubs. Je kunt daar ook een boekje printen.
Zelf overtuigen dat alle spelers vervoer naar huis hebben:
Indien vervoer per auto, met dezelfde auto waarmee men gekomen is terug.
Ouders bedanken voor het rijden.

6.3 Aanmelden
Meldt u bij aankomst altijd bij de thuisclub. Stel jezelf even voor bij de coaches van de thuisclub.

 6.4 Aanbevelingen 3VO
Regelmatig krijgen wij vragen over het vervoer van kinderen naar uitwedstrijden.
Op de website van 3VO (www.3VO.nl) worden veelgestelde vragen door deze verkeersorganisatie beantwoord.
Hierna volgt een selectie van deze vragen en antwoorden.

1) Mogen er ook kinderen voorin de auto worden vervoerd?
Het vervoer van kinderen in de auto is in Nederland aan een aantal wettelijke regels gebonden.
Die regels bepalen dat voor in de auto het gebruik van een autostoeltje altijd verplicht is voor kinderen beneden de 12 jaar. Behoren ze tot die leeftijdgroep, maar zijn ze langer dan 1.50 meter, dan mogen ze voorin met de autogordel om.
Achterin is voor deze leeftijdscategorie een autostoeltje eveneens altijd verplicht, maar uiteraard alleen als er eentje aanwezig is. Is er achterin geen autostoeltje aanwezig en wel een autogordel dan is geregeld dat kinderen jonger dan 3 jaar die niet hoeven te dragen en kinderen van 3 tot 12 jaar wél (met één kind per gordel).

2) Mogen er ook kinderen voorin de auto worden vervoerd?
Ja, in een daarvoor geschikt autostoeltje. Kinderen die jonger zijn dan 12 jaar, maar langer dan 1.50 meter hoeven niet meer in een autostoeltje, maar ze moeten dan wel de aanwezige autogordel om. In deze situatie is het toegestaan dat de driepuntsgordel als heupgordel wordt gebruikt.

3) Wanneer is het toegestaan de driepuntsgordel als heupgordel te gebruiken?
De wet staat toe dat volwassenen en kinderen beneden de 1.50 meter de driepuntsgordel als tweepuntsgordel mogen gebruiken. Het schuine deel van de gordel loopt dan langs de rug en niet meer langs de hals.
Nadelen van deze methode zijn volgens 3VO: het heupdeel verandert niet van plaats en loopt dus nog steeds langs de buik, de gordel werkt bij een botsing niet meer zo goed en bij een ongeval is het moeilijker om het slachtoffer te bevrijden.

4) Is in alle gevallen een autostoeltje verplicht?
Voor in de auto wel, maar achterin niet als er - zoals eerder aangegeven - geen autostoeltje aanwezig is. Is het kind ouder dan 3 jaar dan moet altijd de gordel worden omgedaan en die mag ook als heupgordel worden gebruikt als de lengte van het kind beneden de 1.50 meter is.

5) Hoe staat het allemaal precies in de wet en waar?
Wettelijke regels over het vervoer van kinderen in de auto staan in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990). In artikel 59 staan de volgende artikelen:
Artikel 1: Bestuurders van een motorvoertuig en de naast hen gezeten passagier moeten gebruik maken van de voor hen beschikbare autogordel. Naast de bestuurder gezeten passagiers jonger dan 12 jaar die korter zijn dan 1.50 meter moeten gebruik maken van een voor hen geschikt kinderbeveiligingsmiddel dat is voorzien van een goedkeuringsmerk als bedoeld in artikel 22, vierde lid, van de wet.
Artikel 3: Bestuurders en passagiers die korter zijn dan 1.50 meter en die gebruik moeten maken van een autogordel mogen een driepuntsgordel gebruiken als heupgordel.
Artikel 4: Het is bestuurders verboden passagiers jonger dan twaalf jaren te vervoeren
op een andere wijze dan in dit artikel is voorgeschreven.

7 Thuiswedstrijd

7.1 Ontvangst
Als coach ontvang je de coaches en begeleiders van de uitspelende club. Alle begeleiders krijgen een kopje koffie aangeboden.
Ook de spelleiders worden door de coach ontvangen.

7.2 Minivelden uitzetten

3 tegen 3 (F)


De beginnende F-spelers spelen met 2 keer 2 3-tallen. Hiervoor hebben zij een kwartveld nodig, wat weer verdeeld wordt in twee speelvelden met ieder vier doelen van twee meter (dus geen mini-goals gebruiken!). De doelen staan 5 meter vanaf de kant c.q. de middenlijn. De ronde pionnen worden gebruikt om een 5-meterlijn uit te zetten ( en eventueel voor op de hoeken) waarbinnen gescoord mag worden. Dus voor 1 F 3-3 wedstrijd worden 16 kegels en 8 pionnen gebruikt.



6 tegen 6 (F en E)

De gevorderde F’s en de E’s spelen 6 tegen 6. Hiervoor gebruiken zij een kwartveld.
Als doel kan een minigoal worden gebruikt of twee kegels (4,60 meter uit elkaar).
Verder worden er nog 10 ronde pionnen gebruikt voor de hoeken, de 10-meterlijn en de middenlijn.


8 tegen 8 (E en D)

De E8 en D8 teams gebruiken een half veld met een minigoal.
Omdat op ons veld ook bij de halve velden cirkels zijn aangebracht hoeven wij geen 15-meterlijn uit te zetten.
Zes ronde pionnen zijn nog nodig voor de middenlijn en de hoeken


7.3 Afwijkend tenue
Indien de tegenstander een tenue heeft met (vrijwel) dezelfde kleuren, dienen zij een ander shirt te dragen.
Indien zij dit niet bij zich hebben , staan in het materiaalhok twee manden met hesjes. Eén voor mini’s en één voor junioren en senioren.

7.4 Materiaal
Voor de mini’s zijn verschillende hulpmaterialen nodig om een veld uit te zetten.
Als na afloop van de wedstrijd het veld niet kan blijven staan dienen de materialen weer opgeruimd te worden in het materiaalhok.

De volgende zaken zijn nodig:
Minidoelen
Standaard minidoelen buiten het veld bewaard.
Deze moeten net als de kegels ook weer buiten het veld gebracht worden.
Bij onvoldoende goals worden de kegelvormige oranje pionnen gebruikt

Pionnen
Voor het uitzetten van de 5- en 10 meterlijnen bij 3 en 6-tallen.
Voor de middenlijn bij 3, 6 en 8-tallen worden de gele en rode ronde pionnen gebruikt.


7.5 Scheidsrechters / spelleiders

De scheidsrechters dienen uiterlijk 15 minuten voor aanvang van de wedstrijd aanwezig te zijn. Zij kunnen niet afgezegd hebben, maar eventueel wel hebben geruild met iemand anders. Dit dienen zij echter uiterlijk op donderdag doorgegeven te hebben aan de scheidsrechtercoördinator.. Als de scheidsrechters / spelleiders 10 minuten voor de wedstrijd nog niet gearriveerd zijn, kunnen ze door de coach opgebeld worden. Achter de bar, boven de telefoon hangt een telefoonlijst. In de Push staan de betreffende scheidsrechters / spelleiders vermeld. In het postvak op de hoek van de bar is de laatste Push aanwezig. Het spelschema van de Push bevindt zich ook tegenover de ingang van het clubhuis op de mededelingenborden
Fluiten bevinden zich achter de bar naast de grote koelkast. Als er niet genoeg fluiten zijn dan heeft Erik van Erk (Kastanjestraat 16 386990) nog extra fluiten.

7.6 Sleutels
De barcommissie zorgt voor het openen van het clubhuis en het materialenhok. Mocht het materiaalhok niet geopend zijn, dan kan hiervan de sleutel gehaald (en weer afgeleverd) worden bij degene die achter de bar staat.

 

8 De wedstrijd

8.1 Warmlopen / inspelen
Voor de aanvangstijd van de wedstrijd moeten de kinderen omgekleed zijn op het veld om warm te lopen en in te spelen. Zorg er wel voor dat zij niet inspelen langs de zijlijnen of achter de doelen van een veld waarop een wedstrijd bezig is.

8.2 Opstelling
Maak ruim voor het begin van de wedstrijd de opstelling en wisselspelers c.q. het wisselschema bekend.

8.3 Aanvoerder
Indien er geen vaste aanvoerder benoemd is, wijs er dan een aan bij het bekendmaken van de opstelling.

8.4 Afspraken strafcorners en strafballen
Regel voor beide speelhelften de strafcorners en strafballen. Dat wil zeggen: geef aan wie wat doet: afslaan, stoppen, uitlopen, op de doellijn naast de doelpaal blijven staan etc. Bedenk dat dergelijke zaken vaak fout gaan bij spelerswisselingen.

8.5 Coachmaterialen
Vergeet niet de volgende zaken ook mee te nemen naar de wedstrijden:
Deze informatiemap
Coach bijdehandje
Twee wedstrijdballen
Indien u er een hebt, neem ook een waterflesje mee plus een fluit voor het geval dat iemand in moet invallen als cheidsrechter.
Neem ook eventueel een vuilniszak mee voor de trainingspakken als het regent.

8.6 Waardevolle zaken
Verzamel de waardevolle "spullen" van de spelers en houd deze bij u tot na de wedstrijd.

8.7 Keeperuitrusting
Indien u geen vaste keeper hebt, regel dan dat iemand de keeperuitrusting – legguards, handschoenen, masker etc. – beheert.

8.8 Op het veld
Lever zelf nooit commentaar op de scheidsrechters en probeer deze stelregel over te brengen op uw spelers. Indien er problemen dreigen tussen een bepaalde speler en de scheidsrechter, grijp dan desnoods zelf in om deze te voorkomen.

8.9 Buiten het veld
Voorkom baldadigheid en let vooral op wat er in de kleedkamers gebeurt.

8.10 Teambespreking – inhoud
Tactiek
Opstelling
Wat ging er in de vorige wedstrijd goed/fout en waarom, tactische accenten
Belangrijkste functies van de spelers, concrete opdrachten strafcorner (volgens het overleg met de trainer (zie Interactie Trainer – Coach):
Aanvallend : aangeven, stoppen, inslaan, rebound
Verdedigend: 1e, 2e en 3e uitloopzones, keeper/lijnverdedigers
Individuele taken: keepen, uitverdedigen, vrije slag (waar, door wie), inslaan, mandekking/ruimtedekking

Mentaliteit/incasseringsvermogen:
Blijven hockeyen ongeacht het score verloop
Acceptatie van de scheidsrechters
Sportiviteit
Geen agressief gedrag
Concentratie ten aanzien van je eigen taken
Proberen andere zoveel mogelijk te helpen, overnemen van taken (goed inzet)

8.11 Richtlijnen tijdens de wedstrijd (1e/ 2e helft)
Beoordeling van je eigen team: verdediging, middenveld, aanval.
Groepsopdrachten – individuele opdrachten.
Je afvragen:
Gebeurt er wat afgesproken is?
Zijn de gegeven opdrachten wel goed?
Spelbepalende spelers van de tegenpartij – mandekking/ruimtedekking.
Strafcorner van de tegenpartij – hoe uitleggen.


8.12 Richtlijnen tijdens de rust
Iets warms aan.
Drinken
Altijd rustig optreden.
Goede/sterke momenten accentueren.
Luister naar de spelers, maar geen discussies.
Veranderingen toelichten: eventuele spelerswisselingen, veranderingen opdrachten.
Terugkoppelen naar de gemaakte afspraken.
Niet teveel verschillende opdrachten geven.

8.13 Na de wedstrijd
Regel bij thuiswedstrijden de verstrekking van frisdrank na de wedstrijd. U kunt hiervoor zeer goed uw aanvoerder inzetten (maar controle blijft nodig). Probeer hiervoor altijd uw team bij elkaar te krijgen (en houden) om de sfeer en teamgeest te behouden (versterken).
Uitlopen- "cooling down"onder de leiding van de aanvoerder of speler. Warme kleren aan, aanvoerder scheidsrechter bedanken.
Winnen/verliezen "relativeren" .
Eventuele kritiek op tegenstanders of scheidsrechters afremmen.
Contact met tegenpartij (spelers, coach), drankje verzorgen.
Hoe is de onderlinge sfeer in het team?
Aandacht besteden aan het niet vergeten van spullen (kleding, sticks etc).

8.14 Wedstrijdformulier
Het is van essentieel belang dat het wedstrijdformulier volledig wordt ingevuld en op tijd ingeleverd.
Inlevering geschiedt zo spoedig mogelijk na de wedstrijd respectievelijk terugkomst, bij de wedstrijdsecretaris.
Voor detailinformatie ten aanzien van het invullen van dit formulier zie de invulinstructie ( het wedstrijdformulier

Hint: Probeer na de wedstrijd de scheidsrechters zo snel mogelijk de formaliteiten te laten afhandelen (desnoods op het veld). Dit voorkomt veel zoekwerk en tijd. Denk bij thuiswedstrijden ook aan het terugkrijgen van uw wedstrijdbal.

9 Invallerregeling
Hiermede wordt bedoeld het lenen van spelers wanneer uw team tekort heeft.
Bij het lenen van spelers dient de coach die behoefte heeft aan een invaller contact op te nemen met de TC. Die regelt de vervangers(s) of sluit de betreffende coaches kort om dit onderling te regelen, waarna de getroffen regeling aan de TC wordt doorgegeven.
Afhankelijk van het programma kan iemand die dat wil desnoods twee wedstrijden spelen of 2 spelers anderhalf wedstrijden.
Alleen in noodgevallen een invaller uit een hoger team vragen en dan niet een van de betere spelers.
 

10 Toernooien

10.1 Begeleiding
Zoek zonodig een invaller-begeleider wanneer u zelf niet kunt. Dit hoeft niet perse een coach te zijn, maar wel een volwassen persoon die duidelijk als begeleider uw team kan ondersteunen en waarnodig corrigeren.

10.2 Vervoer
Regel zelf tijdig het vervoer.

10.3 Publicatie
Geeft tijdig aan de redactie van de website vertrektijden, kosten en vervoersregeling op voor publicatie.

 

11 Interactie Trainer – Coach

11.1 Algemeen
Een doorlopende communicatie met de teamtrainer(s) is een absolute vereiste, omdat:
De wedstrijden en de trainingen een eenheid vormen
Tussen beiden een voortdurende wisselwerking aanwezig is
In de wedstrijden zien wij wat bij de trainingen geoefend moet worden
Bij de trainingen nieuwe aspecten naar voren komen, die bij een wedstrijd getest zullen worden.
Deze bepaalt de ontwikkeling van het hockeyspel en bevordert de sfeer in het team. Wat deze inhoudt wordt beschreven in de volgende paragrafen

Indien mogelijk ga trainingen bezoeken en nodig de trainer ook uit om wedstrijden bij te wonen (thuiswedstrijden zijn hiervoor een ideale gelegenheid).

Zoek veelvuldig contact (telefonisch, mondeling) met de trainer. Vraag zijn steun zonodig (en omgekeerd). Onderlinge communicatie komt het team ten goede en bevordert de sfeer.

11.2 Voor de aanvang van het seizoen
Doorpraten van uw teamselectie wat betreft leeftijd, fysieke gesteldheid, karakter, en hockeyverleden en tevens de opstelling.
Doorpraten en overleggen wat de trainer in de trainingen gaat oefenen. Vooral afspreken dat in de eerste trainingen de strafcorner, de vrije slag en spelsystemen worden doorgenomen.
De trainer vragen met de spelers van tijd tot tijd het tactisch concept en enige spelregels door te nemen.
Afspreken de keeper training te geven, vooral in het licht van de taakafspraken rond de strafcorner.
Afspraken maken over de "warming up" en "cooling down".
De trainer vragen enige wedstrijden te bezoeken (vooral de eersten zijn hierbij belangrijk).

11.3 Tijdens het seizoen
Overleg met de trainer:
Het verloop van de wedstrijden en de individuele prestaties van de spelers
Ten aanzien van de inzet en de mentaliteit
Mogelijke problemen van een of meerdere spelers
Eventuele verschillen van mening die blijken uit de door ieder ten behoeve van de TC ingevulde eerste beoordelingsformulier

11.4 Na het seizoen
Afspreken met de trainer:
Een passend afscheid van het team, te regelen door beide betrokkenen
Een gezamenlijk verslag over het verloop van het seizoen en de samenwerking

 

12 Opstelling

12.1 Algemene punten

We behoren het gehele jaar met z’n allen hetzelfde te roepen. Coach en trainer moeten dezelfde taal spreken.
Voor de jongste jeugd zijn begrippen als links/rechts en posities nog lastig. Werk naast deze begrippen dus ook altijd met namen.
Een belangrijke term is ook: Help elkaar! Hiermee wordt dan bedoeld het vrijlopen, je maatje helpen met verdedigen en driehoekjes opzetten.


12.2 Drietallen

Opstelling
De drietallen spelen met 2 x 2 doelen. Van de drie spelers moeten verdedigen er twee een doel en zij vallen het doel daar recht tegenover aan.
De derde speler speelt tussen de twee anderen in en helpt de andere twee. Deze speler valt dus aan richting twee doelen en verdedigt ook twee doelen.
 


speler
  speler met bal
  pass



Vrije ballen
De speler zonder doel neemt de vrije ballen
De bal moet altijd naar voren in de ruimte waar niemand staat
Altijd pushen, nooit slaan




Tips / opmerkingen
Altijd stick op de grond
Handen uit elkaar / rechterhand in het midden van de stick
Bal stoppen en direct (naar voren) schuiven
Waar is er plaats? in plaats van vrijlopen
Altijd blijven staan. Niet gaan liggen

 

12.3 Zestallen

Opstelling
De opstelling is een dobbelsteen




Hulmiddelen bij toelichten van de opstelling:

Rechtsachter speelt recht achter de rechtsvoor (namen gebruiken, pietje voor jantje, jantje achter pietje)
Linksachter recht achter de linksvoor
Om dit te stimuleren, de rechtsachter en de rechtsvoor samen in laten slaan, de linksachter en de linksvoor en de keeper en de voorstopper (midmid)
Bij een wedstrijd waar je onder druk staat zet je een verdedigend ingestelde speler midden, bij een wedstrijd waar je sterker bent, zet je een aanvallend ingestelde speler midden.
Laat degenen die keept tijdens de wedstrijd ook tijdens de voorgaande training keepen.
Indien geen vaste keep, de keeper altijd midvoor zetten, daar leert hij/zij het beste keepen.


Vrije ballen
De laatste man of de voorstopper neemt alle vrije ballen. Van tevoren afspreken.
Vrije ballen niet naar een speler, maar in de vrije ruimte tussen de spelers naar voren. Tussen linksvoor & midvoor of rechtsvoor & midvoor.
Vrij lopen naar de goals toe, voor de bal
Namen gebruiken, naast posities
Lange corner;






Tips/opmerkingen
Herkennen van aanvaller en verdediger: Aanvaller stapt naar voren, verdediger stapt naar achter.
Buitenspelers een oriëntatiepunt aan de buitenkant geven. Bijvoorbeeld een ouder, die steeds roept, hiernaar toe!
Altijd stick op de grond
Handen uit elkaar / rechterhand in het midden van de stick
Bal stoppen en direct (naar voren) schuiven
Waar is er plaats? in plaats van vrijlopen
Waar moet een speler naar toe lopen? Voor de bal richting goal en niet achter een tegenspeler.


Oefeningen: essentie is "loop met de bal en geef een pass"

Oefening 1

 



Oefening 2



Oefening 3




De pionnen kunnen vervangen worden door fietsbanden om beter een tegenstander te simuleren.



12.4 Achttallen

Opstelling



of



De eerste opstelling is de standaard opstelling. De midmid (voorstopper) is ook de mandekker van de midvoor.
Als je sterke mandekkers hebt, dan kan je met de tweede opstelling spelen. De laatste man dekt dan de midvoor.
De midmid moet dan voortdurend driehoekjes zien te maken.


Vrije ballen
Vanaf de cirkel (en alle ballen ter hoogte van de cirkel) worden genomen door de laatste man, de andere ballen door de midmid.
De ballen worden nog steeds de ruimte ingeschoven (pushen).
De bal wordt in de vrije ruimte gespeeld tussen de midvoor en de links- of rechtsvoor. (zie ook zestallen)
De dichtstbijzijnde speler van deze twee gaat naar de bal, de andere gaat vrijlopen richting de goal en voor de bal.

Tips/opmerkingen

Linker en rechterverdediger

* Stick op de grond
* Tegenstander naar de kant "duwen" (maakt het lastig om te slaan). Dit is eenvoudiger voor de linkerverdediger dan voor de rechterverdediger. De rechterverdediger moet 1 stap afstand houden. Dus op rechts door met je stick op de grond naar buiten te dwingen en op links moet je zelf iets naar binnen stappen, hierdoor dwing je de tegenstander eveneens naar buiten.
* Tussen tegenstander en doel blijven
* Naar de bal kijken
* Hulpje is het "spinnewebje" lopen
* Op je voorvoeten staan

Als de midvoor niet de bal heeft dan altijd naar het doel. Sta je er niet , dan is dit een gemiste kans.
Belangrijk is dus het snel schakelen van voor naar achter en vice versa.

Laatste man moet altijd, zonder te wachten, iedereen helpen met moeilijkheden.

Links- en rechtsvoor aan de lijn geplakt blijven.

Bij achttallen rouleren per linie. Laatste man laten staan. Dus geen vaste posities, maar wel vaste linies, aangezien 11-12 jarigen zich snel kunnen ontwikkelen.

Probeer met vaste intervallen te wisselen (bv 8-10 min) en volgens een vast patroon (bv links->rechts)

Nieuwe spelers snel, maar kort in laten vallen. Nieuwe spelers altijd rechtsachter zetten.

Indien geen vaste keep, de keeper altijd midvoor zetten, daar leert hij/zij het beste keepen.

Opmerkingen van "leiders" in het veld direct de kop in drukken. B.v. "Als je zoveel praat, kunnen jullie mijn aanwijzingen niet horen"
 

12.6 Elftallen

Opstelling




Vrije slagen
De midmid neemt hier alle vrije slagen vanaf de 23-meter lijn naar voren, De voorstopper neemt de uitslagen.

Tips & opmerkingen
De midvoor zakt net achter de middenlijn om de bal te ontvangen en vervolgens via een middenspeler de bal naar de buitenspelers (meestal andere kant), de midvoor gaat vervolgens richting doel.

 

De bal in het midden dan meestal direct door naar de andere kant. De spitst zakt bijvoorbeeld naar RECHTS, de midmid neemt aan en passed vervolgens naar LINKS (diagonaal, van links naar rechts en vice versa is altijd de makkelijkste oplossing)

Een passeerbeweging is nuttig om overwicht te krijgen, passeren en vervolgens snelle pass. 2/3 van de goals wordt gemaakt doordat de verdediger hapt.
Een beweging maak je 1 op 1 en dan de actie.
Je daagt de tegenstander uit en gaat direct door of je gaat op 3 meter staan en geeft snel de bal af aan je teamgenoot.

De spits biedt zich aan bij balbezit van de voorstopper (hij/zij zakt dus) of de voorstopper plaatst de bal naar de laatste man.
De bal gaat hierbij naar de speler die zijn/haar stick laat zien of wordt in de vrije ruimte geplaatst.

Strafcorners

1e strafcorner


2e strafcorner: De stopper en degene die slaat/pusht schuiven 1 plek naar rechts (dus dezelfde stopper en afmaker)





3e strafcorner: De stopper slaat zelf.






Strafcorner D (en C?)


1e strafcorner: stopper recht tegenover aangever, bal opzij naar afmaker




2e strafcorner: stopper slaat/pusht zelf



 

13 Overige tactische/technische tips

13.1 Algemeen

Indien mogelijk afspelen naar rechts zowel in het spel als bij het nemen van vrije slagen.
In vele gevallen kan de bal slechts naar links afgespeeld worden. Daarbij is het afspelen naar links makkelijker.
Opdracht afspelen naar rechts zal een zo goed mogelijke verdeling van passes rechts en links opleveren.)

Afspelen naar een vrije medespeler.

Als je de bal gespeeld hebt, bied je dan aan voor een combinatie of maak ruimte door het binden van een tegenstander.

Bij balbezit in het eigen elftal zich aanbieden, zodat veel afspeelmogelijkheden naar links, rechts, voor en achter ontstaan.

Niet de speler in balbezit maar de spelers die vrij rondlopen bepalen door loopsnelheid en looprichting hoe snel en waarheen de bal moet worden afgespeeld. Niet de speler in balbezit brengt een combinatie op gang, maar de spelers die zich vrijlopen. Speel de bal daar waar je medespeler hem wil hebben.

Een bal slaan of pushen gaat veel sneller dan met de bal lopen.

Houdt bij het aanvalsspel het veld breed.

Neem niet teveel risico’s bij het uitverdedigen in de buurt van de cirkel.

Als je een tegenstander mandekking moet geven, probeer dan te voorkomen dat hij de bal kan aannemen.

Niet roepen om de bal, het is vaak een signaal voor je tegenstander.

Bij balbezit door de tegenpartij, de eigen verdediging onmiddellijk organiseren (zoals in mandekking gaan of dekking van elkaar overnemen).

Bij balbezit in de eigen partij vrijlopen en afspeelmogelijkheden creëren.

Zowel bij het aanvallen als het verdedigen moet het hele team goed "aangesloten" spelen.

13.2 Stap voor stap begeleiden
Hierna zal eerst het zestalhockey worden behandeld, vervolgens het achttalhockey en als laatste het elftalhockey. Binnen het zestalhockey wordt ook nog onderscheid gemaakt tussen Ie jaars zestal en tweede jaars zestal. Per categorie wordt eerst ingegaan op de opstelling en taakverdeling en
vervolgens op het stap voor stap begeleiden van die categorie.

13.3 Zestalhockey
Op het moment dat de eerste 6 : 6 wedstrijd gespeeld wordt, zijn de kinderen voldoende voorbereid, zodat ze het spelletje veilig kunnen spelen.
Nadat de kinderen zijn opgesteld is het goed eerst eens aan de hand van de volgende vragen te observeren wat er in het veld allemaal gebeurt.
- Wat gebeurt er met de opstelling nadat de bal in het midden is uitgenomen?
- Hoe is tijdens het spel de situatie rondom de bal?
- Wat doet een speler om in balbezit te komen? Hoe komt hij in balbezit? Wat doet hij met de bal? Zijn er verschillen tussen de diverse spelers? In welk opzicht?
- Er moet een vrije slag genomen worden, wat gebeurt er dan allemaal?
- Hoe houden de kinderen hun stick vast?

Na een goede observatie is nu bekend hoe ver de kinderen in hun spelontwikkeling zijn.
Voor een goede begeleiding is het noodzakelijk dat de begeleider en de kinderen weten:
- Hoe de opstelling is?
- Wat de taken zijn op de verschillende plaatsen in het veld?

13.3.1 Opstelling en taakverdeling
1. Keeper
- voor de doellijn
- mee bewegen met de positie van de bal
- wegwerken naar de zijkant
2. Rechterverdediger
- rechts voor de 10-meterlijn
- meebewegen met de positie van de bal *
3. Linkerverdediqer
- links voor de 10-meterlijn
- meebewegen met de positie van de bal *
TAKEN
* wanneer de bal rechtsvoor is, dan gaat de rechterverdediger naar voren en de linkerverdediger
steunt rechts achter (rugdekking)
* wanneer de bal linksvoor is, dan gaat de linkerverdediger naar voren en de rechterverdediger
steunt links achter (rugdekking)
VRIJE SLAGEN
- alle vrije slagen op de eigen helft worden door de 2 verdedigers genomen; ieder aan zijn eigen
kant
OF
- alle vrije slagen tot aan de 10-meterlijn van het aanvalsgebied worden door de 2 verdedigers
genomen; ieder aan zijn eigen kant
opm: de verdedigers worden op deze manier al gestimuleerd om aan de balkant mee naar voren te
gaan om zo snel mogelijk een eventuele vrije slag te kunnen nemen

4. Rechtsvoor
- Rechts langs de zijlijn, van eigen 10-meterlijn tot aan de
achterlijn van de andere partij (breedte gebied ruim 7
meter)
5. Linksvoor
- idem, maar aan de linkerkant
6. Middenvoor
- Midden tussen rechts en links voor in, van middenlijn tot
aan de doellijn van de andere partij
TAKEN:
- meelopen op "eigen gebied" met de positie van de bal:
? om aangespeeld te worden.
? om bij balbezit van de tegenstander te kunnen
scoren.
VRIJE SLAGEN:
- nemen van vrije slagen op aanvalshelft ieder op zijn
"eigen gebied", afhankelijk van de afspraken die
gemaakt zijn met de twee verdedigers.
OF
- nemen van de inslag en hoekslag in het 10-metergebied
ieder aan zijn eigen kant. In dit geval neemt de middenvoor
nooit een vrije slag.
Opstelling en taken voor de 6 : 6 zijn nu duidelijk.
Zoals in de inleiding al verteld is, volgt het opleidingsplan tot
elftalhockey een aantal fasen en een
aantal perioden. In elke periode moeten de kinderen nieuwe
technieken bijleren en oefenen en zullen er nieuwe
afspraken gemaakt moeten worden.
In het stap voor stap begeleidingsplan wordt rekening gehouden met het trainingsplan, zodat de
kinderen de vaardigheden, die ze op de training geleerd hebben, toe kunnen passen in de wedstrijd.
Binnen een team kan zeker geconstateerd worden dat er behoorlijke niveau verschillen zijn zoals:
- vaardigheid
- inzicht
- concentratie
- motivatie
- omgaan met elkaar
Bij de begeleiding zal er dus heel goed rekening gehouden moeten worden met de geoefendheid van het kind en
van het team als totaal en de begeleiding daar stap voor stap op aanpassen.
Een positieve benadering en regelmatig contact met de trainer is voor een optimale begeleiding noodzakelijk.
Wanneer met dit alles rekening gehouden wordt, dan kan de eerste wedstrijd gespeeld worden.

13.3.2 E-Jeugd 1e jaar (groep 5)
Kinderen van deze leeftijd zijn nog erg individueel ingesteld. Ze spelen voor zichzelf. Dat is logisch. De technische vaardigheid met stick en bal is nog beperkt en het kind heeft nog moeite genoeg met zijn eigen"spel". Het heeft in het spel nog geen tijd om op iets anders te letten. De aanwijzingen die langs de
lijn aan de beginnende hockeyers worden gegeven zoals "kijken", "afspelen", zijn goed bedoeld, maar kijkend naar de technische vaardigheid van de spelertjes valt op te merken dat de kinderen nog zoveel moeite hebben met de bal dat zij niet tegelijkertijd kunnen kijken en zien naar wie de bal afgespeeld kan worden. Bovendien moet dan de afspeelactie nog lukken. Bij dit stap-voor-stap-begeleidingsplan wordt het jaar ingedeeld in perioden:
Periode 1. augustus tot de herfstvakantie
Periode 2. na herfstvakantie tot de winterstop
Periode 3. na winterstop tot de zomervakantie

PERIODE 1 + 2
OPSTELLING: Formatie "1 - 2 - 3"
- komen tot begrip: VOOR - ACHTER - RECHTS - LINKS
- afspraken maken over:
- wie neemt waar de vrije slag?
SPEELREGELS:
- sticks is gevaarlijk en moet worden afgefloten
- is er een afpakker in de buurt, dan stick bij de bal
- van iedere partij mag maar één speler bij de bal zijn
- accent op plaats houden
- OVERTREDINGEN:
- spelleider legt uit waarom er gefloten is.
PERIODE 3
OPSTELLING: Formatie: "l - 2 - 3":
- samen spelen is afspraken maken en taakverdelen.
- Het accent van de begeleiding ligt op opstelling en taakverdeling in de VERDEDIGING.
- Voorkomen van doelpunten door de bal zo ver mogelijk van het doel te houden.
SPEELREGELS:
- t.a.v. lijnen op het veld

13.3.3 E-Jeugd 2e jaar (groep 6)
De hockeyvaardigheid gaat goed vooruit. Elk kind wil zijn technisch kunnen telkens weer ervaren en
laten zien. Ook in wedstrijden. Iedereen kent ze wel, de "pingelaartjes". Ik-gericht, individueel slim
handelen is mogelijk door technische vaardigheid. Men probeert steeds de ander te snel en te slim
af te zijn. Het "ik-gerichte" gaat geleidelijk in de richting van "SAMEN ZIJN WE STERKER". Dat is logisch.
Hoe handiger met stick en bal, hoe meer tijd om op andere dingen te letten en hoe meer
mogelijkheden om een bepaalde spelsituatie op te lossen. Met zijn tweeën b.v. heb je veel meer
mogelijkheden om een speler te passeren dan alleen.
Bij de begeleiding van de 2de jaars zal taakverdelen en samenwerken meer centraal staan.
PERIODE 1
OPSTELLING + taakverdeling globaal:
- taakverdelen en samenwerken in de VERDEDIGING
- De bal ver van het doel houden en de bal naar "buiten" wegwerken, geeft de tegenaanval weinig
kans op scoren.
- vrije slag: wie - waar - richting
SPEELREGELS:
- gevaarlijk spel
- sticks is gevaarlijk
- eerst bal onder controle, dan pas afspelen
- afstand bij duel 1 : 1
- lijnen op het veld
- strafbal
PERIODE 2
- taakverdelen en samenwerken in de AANVAL
- met z'n tweeën heb je meer mogelijkheden, dan alleen
- vrije slag:
- er ontstaan meer mogelijkheden als meerdere spelers aanspeelbaar zijn
PERIODE 3
- taakverdeling en samenwerking tussen AANVALLERS en VERDEDIGERS
- vrije slag naar' 'buiten'' geeft ruimte

13.4 Achttalhockey
Weer een jaar verder. Bij een gemiddeld kind van 10/11 jaar (groep 7) is de coördinatie optimaal. De technische vaardigheid stijgt snel. Als in de voorgaande jaren in allerlei spelletjes en oefensituaties bewust, systematisch en
regelmatig is gewerkt aan de technische vaardigheid, samenwerking, waarnemen en keuze maken in een bepaalde (eenvoudige) spelsituatie, is er voldoende ervaring opgedaan om over te gaan naar een groter veld met 8 spelers.
Het ontwikkelen van hockey tactische vaardigheden staat centraal. De kinderen zijn er rijp voor. De taak van de keeper is duidelijk en de taak van het aanvalsdrietal is vrijwel gelijk gebleven (zie zestalhockey,
opstelling en taakverdeling). De taken van de linker (3) en rechter (5) verdediger (zie zestalhockey) worden echterbehoorlijk uitgebreid. De begeleiding zal zich dus toe moeten spitsen op taak en plaats van de laatste man (2) en van
het verdedigende drietal.In de stap voor stap begeleiding staat steeds één van de taken (verdedigen, opbouwen, aanvallen) centraal.

OPSTELLING EN TAAKVERDELING
1. Keeper
OPSTELLING:
- voor de doellijn
- meebewegen met de positie van de bal
- wegwerken naar de zijkant
2. Laatste man
VERDEDIGENDE TAAK: bij balbezit tegenpartij rugdekking geven aan de overige 3 verdedigers. Wanneer
hij de bal onderschept heeft, is het goed de bal naar rechts/links breed weg te werken (bal ver van het
doel houden!).
OPBOUWENDE TAAK: wanneer de aanval van de eigen partij in balbezit is, rugdekking geven aan de
aanval, samen met de verdediger aan de niet-balkant.
De opbouw begint met breed uitverdedigen via de rechter- of linkerverdediger.
3. Linkerverdediger
VERDEDIGENDE TAAK: afstoppen van de rechterspits van de tegenpartij. Bij balbezit tegenpartij,
rugdekking geven aan de niet balkant.
OPBOUWENDE TAAK: bij balbezit laatste man of voorstopper links breed opstellen (aan de zijlijn), zodat breed
afspelen mogelijk wordt en zo ruimte ontstaat om een aanval in de diepte op te bouwen.
AANVALLENDE TAAK: aansluiten bij de aanvalslijn om:
- aan de balkant deel te kunnen nemen aan de aanvalsactie
- aan de niet-balkant kort achter de aanvalslijn te steunen
VERDEDIGENDE TAAK: wanneer de tegenpartij de aanval onderbreekt en in balbezit komt, zal de linkerverdediger
snel terug komen om zijn verdedigende taak te kunnen uitvoeren.
5. Rechterverdediger
Heeft dezelfde taak als de linkerverdediger, maar aan de rechterkant van het veld.
4. Voorstopper
VERDEDIGENDE TAAK: afstoppen van de centrumspits van de tegenpartij.
Op het middenveld onderbreken van de aanval van de tegenpartij.
OPBOUWENDE TAAK: wanneer hij in balbezit is, breed of diep afspelen.
Bij het begeleiden van het achttalhockey ligt het accent van de
begeleiding op het leren gebruiken van de breedte van het veld
om zo ruimte in de diepte te creëren.
T.o.v. het zestalhockey is het veld eens zo
breed geworden. Twee nieuwe functies moeten in het
achttalteam ingepast worden:
- de laatste man (2)
- de voorstopper (4)
6   7   8
3   4   5
    2
    1
Wanneer de rechter/linkerverdediger of de laatste man in balbezit is/komt, zich breed/diep opstellen
om aangespeeld te kunnen worden om zo een aanval mee op te bouwen.
AANVALLENDE TAAK: aansluiten bij de aanvalslijn om deel te kunnen nemen aan de aanvalscombinaties.
VERDEDIGENDE TAAK: wanneer de tegenpartij de aanval onderbreekt en in balbezit komt, zal de
voorstopper snel terug komen om zijn verdedigende taak te kunnen uitvoeren.
VRIJE SLAGEN
Alle vrije slagen op het gebied tussen de twee 15-meterlijnen worden genomen door de vier verdedigers. Ieder op
eigen gebied. De medespelers moeten er voor zorgen dat er steeds minstens twee afspeelmogelijkheden zijn (breed
en diep) en bij een vrije slag op het middenveld drie: rechts/links breed en diep.
6. Linkerspits en rechterspits
OPSTELLING:
- Linkererspits: Links langs de zijlijn, van eigen 15-meterlijn tot de achterlijn van de andere partij.
- Rechterspits: Rechts langs de zijlijn, van eigen 15-meterlijn tot de achterlijn van de andere partij.
- TAKEN VAN LINKER- EN RECHTERSPITS:
- meelopen op ' 'eigen gebied'' (veld breed houden) met de positie van de bal:
- om aangespeeld te kunnen worden
- om bij balbezit van de tegenpartij de opkomende verdedigende lijn af te stoppen en zo een aanvalsopbouw te
storen/te voorkomen
- d.m.v. samenspel of individuele actie te scoren
- nemen van vrije slagen op aanvalshelft in het
- 15-metergebied (tussen de zijlijn en het deelgebied), ieder aan zijn eigen kant
7. Centrumspits
OPSTELLING:
- midden tussen rechter- en linkerspits. Van middenlijn tot aan de doellijn van de andere partij
De centrumspits neemt geen vrije slagen, hij moet zich steeds aanspeelbaar opstellen.
PERIODE 1
OPSTELLING: De opstelling blijft in alle drie de perioden hetzelfde.
- Globale taakverdeling
- - Vrije slag: coachen op wie / waar / richting
SPEELREGELS - 15-meterlijn
- deelgebied
- buitenspel
- strafhoekslag
Het accent van de begeleiding ligt op de VERDEDIGENDE TAAK en het breed uitverdedigen.
PERIODE 2
Het accent van de begeleiding ligt op de OPBOUWENDE TAAK: de samenwerking tussen het verdedigende drietal
en het aanvallende drietal.
PERIODE 3
Het accent van de begeleiding ligt op de AANVALLENDE TAAK: de samenwerking tussen het verdedigende drietal
en het aanvalde drietal.
Opmerking:
Voldoende TECHNISCHE VAARDIGHEID is een voorwaarde om tactisch te kunnen spelen.
Vaardig zijn met stick en bal, betekent mogelijkheid tot ' 'kijken'' en snel handelen.
Een bal gericht met snelheid kunnen afspelen, betekent mogelijkheid om breedte van veld te
bespelen. De bal moet natuurlijk ook aangenomen kunnen worden.
Tactiek:
Regel 1: DE SPELERS VAN HET TEAM MOETEN ER ALTIJD VOOR ZORGEN DAT DE BALBEZITTER OP HET MIDDENVELD MINSTENS 3 AFSPEELMOGELIJKHEDEN HEEFT (BREED: RECHTS EN LINKS en DIEP)

Regel 2: DE SPELERS VAN HET TEAM MOETEN ER ALTIJD VOOR ZORGEN DAT DE BALBEZITTER AAN DE ZIJKANT VAN HET VELD MINSTENS 2 AFSPEELMOGELIJKHEDEN HEEFT (BREED EN DIEP)

Regel 3: BIJ BALBEZIT MOETEN DE SPELERS VAN HET TEAM ER VOOR ZORGEN HET VELD
BREED TE HOUDEN, ZODAT DE VERDEDIGENDE PARTIJ VEEL RUIMTE MOET VERDEDIGEN, WAARDOOR KANS OP "OPENINGEN" ONTSTAAT.

13.5 Elftalhockey D-jeugd 2e jaar (leeftijd 11 jaar)

Wanneer het achttalhockey voldoende is beoefend en het spel zich afspeelt op de hele toegestane speelruimte, is de stap naar elftalhockey niet zo groot meer. In het elftalhockey wordt niet meer gewerkt met perioden. Natuurlijk is er wel een opbouw in het jaar, maar deze is per team verschillend.
TAKEN:
Keeper
- positiespel
- uitlopen bij 1 : 1
- controle over de bal in diverse situaties
- geen risico's
Achterste linie
- Balbezit
... opkomen en aansluiten
... uitverdedigen
... geen risico's
... goed aanspeelbaar zijn
- Niet-balbezit
... man- en/of ruimtedekking geven
... kansen verijdelen
Midden linie
- Balbezit
... opbouwen
... combinatiespel
... aanspeelbaar zijn
... zorgen voor een goede veldbezetting (breedtespel)
- Niet-balbezit
... man- en/of ruimtedekking
... vertragen
... toepassen van tackle-back
Voorste linie
- Balbezit
... controleren van voorzetten en afronden
... goed op eigen spelpositie spelen
... scoren
- Niet-balbezit
... ruimtedekking
... storen
OPSTELLING
9  10   11
6    7    8
3    4    5
      2
 


14 Spelregels

14.1

Spelregels drietal hockey

Hoe ziet een speelveld er uit?



Veldmarkeringen in de vorm van pylonnen

Doelmarkeringen in de vorm van pylonnen

De achterlijnen worden gevormd door de zijlijnen en de denkbeeldige lijn tussen eerste
doelpaalpunt vanaf de zijlijn en de 23m lijn.
De afmetingen zijn 23 bij 23 meter.
De zijlijnen worden gevormd door de achterlijn en de 23m lijn.
De doelen van team A staan op de zijlijn en de doelen van team B daar tegenover.
Elk team heeft twee doelen te verdedigen! De doelen staan 4m van de zijlijn en worden gevormd door twee pylonnen die 2 meter van elkaar staan.
Het wedstrijddoel (11:11) op de zijlijn, in verband met gevaar, tijdens het spelen weghalen.

In plaats van een cirkel is er het 5m doelgebied. Dit wordt aangegeven door de pylonnen.

De bal
De bal die gebruikt wordt is een normale hockey bal.

Teams      
Een team bestaat uit maximaal 3 veld spelers. Er is geen doelverdediger.
Er mogen wisselspelers zijn die op elk moment kunnen worden ingezet.
Eerst een speler eruit, dan een speler erin.

Wedstrijdduur
Een wedstrijd duurt 2x15 minuten met een korte rust van maximaal 5 minuten.
Omdat een F-hockeyteam bestaat uit minimaal zes spelers, waaruit u dus twee teams kunt vormen, spelen dus synchroon twee teams tegelijk naast elkaar. Na een speelse warming up speelt team 1 van partij A tegen team 1 van partij B en team 2 van partij A tegen team 2 van partij B. Na de rust wisselen de teams. De wedstrijdjes zijn dan: 1A-2B en 1B-2A. Ieder speelt dus totaal 30 minuten.

Begin van het spel
Voordat de wedstrijd begint loten (tossen) de aanvoerders.
Het team dat de toss wint, kiest voor de beginslag of voor een speelhelft.
De beginslag wordt genomen vanaf het midden van het veld en deze mag in alle richtingen worden gespeeld. De tegenstanders staan op minimaal 3m van de bal.

Algemene regels
Het spelen van de bal mag alleen met de platte kant van de stick door middel van een push, schuifslag of flats. De stick mag hierbij in de achterzwaai niet los van de grond en in de voorzwaai niet hoger dan de knie komen.

Self-pass
Bij beginslag, vrije slag, inslaan, uitslaan en lange corner mag de nemer de bal zelf spelen zonder dat hij de bal naar een medespeler moet spelen. De speler moet eerst duidelijk de bal een tikje geven en mag daarna verder spelen.

Doelpunt
Een doelpunt kan alleen worden gemaakt door een aanvaller van binnen het 5m gebied.
Als een aanvaller van binnen het 5m gebied de bal richting doel speelt, maar de bal gaat via een voet of stick van een verdediger in het doel, is er ook een doelpunt gemaakt.

Wat mag niet?

- gevaarlijk zwaaien met de stick   - op de stick slaan van een tegenstander - de bal hoog spelen
 

 

- de tegenstander duwen    - de bal met de voet spelen

Vrije slag
Als een speler iets doet wat niet mag(overtreding) krijgt een speler van het andere team een vrije slag. Deze moet worden genomen op de plaats van de overtreding.
De bal moet bij het nemen van de vrije slag stilliggen en mag niet omhoog worden gespeeld.
De tegenstanders moeten minimaal 3m afstand van de bal nemen.
Als een verdediger in het 5m gebied een overtreding maakt krijgt het aanvallende team een vrije slag. De bal moet op de 5m lijn worden gelegd recht tegenover de plaats waar de overtreding heeft plaats gevonden. Beide partijen moeten, behalve de nemer, minimaal 3m afstand van de bal nemen.
Als een aanvaller in het 5m gebied een overtreding maakt krijgt het verdedigende team een vrije slag. De bal moet op de 5m lijn worden gelegd recht tegenover de plaats waar de overtreding heeft plaats gevonden. Nu moeten alleen de tegenstanders op minimaal 3m afstand van de bal nemen.

Bal over de achterlijn als er geen doelpunt is gemaakt
- Is de bal het laatst aangeraakt door de stick van een aanvaller:
uitslaan door een verdediger op de 5m lijn recht tegenover de plaats waar de bal over de achterlijn ging. De tegenstanders moeten minimaal 3m afstand van de bal nemen.
-  Is de bal het laatst aangeraakt door de stick van een verdediger:
   lange corner voor het aanvallende team.

Lange corner
De bal wordt op zijlijn gelegd, 5m van de achterlijn. Beide partijen moeten, behalve de nemer, minimaal 3m afstand van de bal nemen.

Bal over de zijlijn.
Inslaan van een plaats op de zijlijn waar de bal uitging door een speler van team dat niet de bal het laatst aanraakte.
Als inslaan binnen het 5m gebied plaats vindt door het aanvallende team, moeten beide partijen, behalve de nemer, minimaal 3m afstand van de bal nemen. In de andere gevallen moeten alleen de tegenstanders bij inslaan minimaal 3m afstand van de bal nemen.

Time-out
Een time-out kan worden gegeven om de coaches van beide teams gelegenheid te geven de spelers extra aanwijzingen te geven, zodat het spel beter kan verlopen.
- een time-out kan op initiatief van de spelleider worden gegeven
- een time-out kan gevraagd worden door de coach van een team

Spelleiding
Het speelveld is zo klein dat kan worden volstaan met 1 spelleider.
De spelleider is geen scheidsrechter en moet het spel begeleiden en kan bij voorkeur het spel onderbreken om uitleg te geven over situaties die de spelers niet begrijpen.



14.2

Spelregels zestal hockey

Hoe ziet een speelveld eruit?

Veldmarkeringen in de vorm van pylonnen
Doelmarkeringen in de vorm van pylonnen

Zoals in de tekening weergegeven kunnen er op een heel veld 2 zestal hockey velden worden uitgezet. Ook kunnen er 4 velden worden uitgezet. Een nadeel is dat de bal op een ander veld komt.
De zijlijnen doen dienst als achterlijnen. De achterlijn en 23m lijn doen dienst als zijlijnen.
            In plaats van een cirkel is er het 10m doelgebied. Dit wordt aangegeven door de pylonnen.
De doelen worden midden op de “achterlijn’ gezet d.m.v. pylonnen of originele (mini)doelen (achterplank met zijschotten). Deze hebben een onderlinge afstand van 3,66m (de normale breedte van een hockeydoel). Een origineel (mini)doel heeft de voorkeur.
Het wedstrijddoel (11:11) op de zijlijn, in verband met gevaar, tijdens het spelen weghalen.
           
De bal
De bal die gebruikt wordt is een normale hockey bal.

Teams
Een team bestaat uit maximaal 5 veldspelers en 1 doelverdediger. Er mogen wisselspelers zijn.
Spelers mogen op elk moment worden gewisseld bij de middenlijn. Maar eerst speler eruit, dan pas (wissel) speler erin.
Tot de verplichte uitrusting van de doelverdediger behoren helm, legguards en klompen. Men mag ook een body protector, handschoen en eventueel tok dragen. Doelverdedigers hebben ook een stick in hun hand.
Het is niet toegestaan om met een ‘vliegende keep’ te spelen.

Wedstrijdduur
Een wedstrijd duurt 2x25 minuten met een korte rust van maximaal 5 minuten.

Begin van het spel
Voordat de wedstrijd begint loten (tossen) de aanvoerders.
Het team dat de toss wint, kiest voor de beginslag of voor een speelhelft.
De beginslag wordt genomen vanaf het midden van het veld en deze mag in alle richtingen worden gespeeld. Na de rust is de beginslag voor het andere team.
De tegenstanders moeten minimaal 5m afstand van de bal houden.

Algemene regels
Het spelen van de bal mag alleen met de platte kant van de stick.
Ook met de zijkant van de stick mag worden gespeeld maar niet als de bal hiermee omhoog gaat.
Binnen het 10m doelgebied mag de doelverdediger de bal stoppen met het lichaam, schoppen met zijn klomp (maar niet gevaarlijk omhoog) of tegenhouden met de handschoen en wegslaan.

Self-pass
Bij beginslag, vrije slag, inslaan, uitslaan en lange corner mag de nemer de bal zelf spelen zonder dat hij de bal naar een medespeler moet spelen. De speler moet eerst duidelijk de bal een tikje geven en mag daarna verder spelen.

Doelpunt
Een doelpunt kan alleen worden gemaakt door een aanvaller van binnen het 10m gebied.
Als een aanvaller van binnen het 10m doelgebied de bal richting doel speelt, maar de bal gaat via een voet of stick van een verdediger in het doel, is er ook een doelpunt gemaakt.
De bal mag bij een schot op doel niet hoger dan 46cm (plankhoogte) worden gespeeld.

Wat mag niet?

- gevaarlijk zwaaien met de stick   - op de stick slaan van een tegenstander   - de bal hoog spelen
   

 

- je tegenstander duwen        - de bal met de voet spelen            - afhouden

 

 

Afhouden
Het is niet toegestaan een tegenstander van de bal af te houden door tussen hem en de bal te draaien waardoor de tegenstander de bal niet kan spelen. Dit kan met het lichaam of met de stick.

Vrije slag
Als een speler iets doet wat niet mag (overtreding) krijgt een speler van het andere team een vrije slag. Deze moet worden genomen op de plaats van de overtreding.
De bal moet bij het nemen van de vrije slag stilliggen en mag niet omhoog worden gespeeld.
De tegenstanders moeten minimaal 5m afstand van de bal nemen.
Als een verdediger in het 10m gebied een overtreding maakt krijgt het aanvallende team een vrije slag. De bal moet op de 10m lijn worden gelegd recht tegenover de plaats waar de overtreding heeft plaats gevonden. Beide partijen moeten, behalve de nemer, minimaal 5m afstand van de bal nemen.
Als een aanvaller in het 10m gebied een overtreding maakt krijgt het verdedigende team een vrije slag. De bal moet op de 10m lijn worden gelegd recht tegenover de plaats waar de overtreding heeft plaats gevonden. Nu moeten alleen de tegenstanders minimaal 5m afstand van de bal nemen.

Bal over de achterlijn als er geen doelpunt is gemaakt
- Is de bal het laatst aangeraakt door de stick van een aanvaller:
uitslaan door een verdediger op de 10m lijn recht tegenover de plaats waar de bal over de achterlijn ging. De tegenstanders moeten minimaal 5m afstand van de bal nemen.
-  Is de bal het laatst aangeraakt door de stick van een verdediger:
   lange corner voor het aanvallende team.

Lange corner
De bal wordt op zijlijn gelegd, 5m van de achterlijn aan de kant van het doel waar de bal over de
achterlijn is gegaan. Beide partijen moeten, behalve de nemer, minimaal 5m afstand van de bal nemen.
 
Bal over de zijlijn
Inslaan van een plaats op de zijlijn waar de bal uitging door een speler van team dat niet de bal het laatst aanraakte. De tegenstanders moeten minimaal 5m afstand van de bal nemen.
Bij een aanvallende inslag binnen het 10m gebied moeten beide partijen, behalve de nemer, minimaal  5m afstand van de bal nemen.

Strafbal
Een overtreding die expres wordt gemaakt door de verdedigende partij heeft een strafbal tot gevolg. 
Of een niet opzettelijke overtreding waardoor een heel duidelijk doelpunt wordt vorkomen.

De bal wordt op 6,4m midden voor het doel gelegd.
De aanvaller die de strafbal gaat nemen moet achter de bal staan.
De aanvaller moet wachten op het fluitsignaal van de spelleider.
De aanvaller mag de bal alleen pushen.
De aanvaller mag de bal maar 1x spelen.
De bal mag niet hoger dan 46cm in het doel worden gespeeld.
De doelverdediger moet met beide voeten op de doellijn staan.
De doelverdediger mag niet eerder van de doellijn komen voordat de aanvaller de bal heeft gespeeld.
Komt hij te vroeg van de doellijn en stopt daardoor de bal, wordt de strafbal overgenomen.
De overige spelers moeten tijdens het nemen van de strafbal achter de 10m blijven staan.

Een strafbal eindigt zonder doelpunt als:
- de aanvaller een overtreding maakt
- de doelverdediger de bal stopt
- de bal de doellijn niet haalt
Als er geen doelpunt wordt gemaakt bij een strafbal gaat het spel verder met een vrije slag door de verdedigende partij op de 10m lijn.
Als er wel een doelpunt wordt gemaakt bij een strafbal gaat het spel verder met een beginslag midden in het veld door de partij die het doelpunt tegen kreeg.

Time-out
Een time-out kan worden gegeven om de coaches van beide teams gelegenheid te geven de spelers extra aanwijzingen te geven, zodat het spel beter kan verlopen.
- een time-out kan op initiatief van de spelleider worden gegeven
- een time-out kan gevraagd worden door de coach van een team

Spelleiding
Het speelveld is zo klein dat kan worden volstaan met 1 spelleider.
De spelleider is geen scheidsrechter en moet het spel begeleiden en kan bij voorkeur het spel onderbreken om uitleg te geven over situaties die de spelers niet begrijpen.



14.3

Spelregels achttal hockey

Hoe ziet het speelveld eruit?

                      Veldmarkeringen in de vorm van pylonnen

                      Doelmarkeringen in de vorm van pylonnen

De zijlijnen doen dienst als achterlijnen. De achterlijn en middenlijn doen dienst als zijlijnen,
In plaats van een cirkel is er het 15m doelgebied.
Dit wordt aangegeven door de pylonnen. Beschikt de vereniging over een veld met twee “oefen”cirkels in breedte richting van het veld, dan is het doelgebied de cirkel.
De doelen worden midden op de “achterlijn’ gezet d.m.v. pylonnen of originele (mini)doelen (achterplank met zijschotten). Deze hebben een onderlinge afstand van 3,66m (de normale breedte van een hockeydoel).
Het wedstrijddoel (11:11) op de zijlijn, in verband met gevaar, tijdens het spelen weghalen.

De bal
De bal die gebruikt wordt is een normale hockey bal.

Teams
Een team bestaat uit maximaal 7 veldspelers en 1 doelverdediger. Er mogen wisselspelers zijn.
Spelers mogen worden gewisseld op elk moment bij de middenlijn, maar niet als er een strafcorner is toegekend. Eerst speler eruit, dan (wissel) speler erin.
De doelverdediger draagt een helm, legguards, klompen, handschoenen, een body protector en een tok.
Het is niet toegestaan om met een ‘vliegende keep’ te spelen.

Wedstrijdduur
Een wedstrijd duurt 2x30 minuten met een korte rust van maximaal 5 minuten.

Begin van het spel
Voordat de wedstrijd begint loten (tossen) de aanvoerders.
Het team dat de toss wint, kiest voor de beginslag of voor een speelhelft.
De beginslag wordt genomen vanaf het midden van het veld en deze mag in alle richtingen worden gespeeld. Na de rust is de beginslag voor het andere team. De tegenstanders moeten minimaal 5m afstand van de bal houden.

Algemene regels
Het spelen van de bal mag alleen met de platte kant van de stick.
Ook met de zijkant van de stick mag worden gespeeld maar niet als de bal hiermee omhoog gaat.
Binnen het 15m doelgebied mag de doelverdediger de bal stoppen met het lichaam, schoppen met zijn klomp(maar niet gevaarlijk omhoog) of tegenhouden met de handschoen en wegslaan.

Self-pass
Bij beginslag, vrije slag, inslaan, uitslaan en lange corner mag de nemer de bal zelf spelen zonder dat hij de bal naar een medespeler moet spelen. De speler moet eerst duidelijk de bal een tikje geven en mag daarna verder spelen.

Doelpunt
Een doelpunt kan alleen worden gemaakt door een aanvaller van binnen de cirkel of het 15m doelgebied.
Als een aanvaller van binnen de cirkel of het 15m doelgebied de bal richting doel speelt, maar de bal gaat via een voet of stick van een verdediger in het doel, is er ook een doelpunt gemaakt.
De bal mag bij een poging op doel niet hoger dan 46cm (plankhoogte) worden gespeeld.

Gevaarlijk en ruw spel
Gevaarlijk en ruw spel zijn altijd verboden. Hieronder valt:
- ‘sticks’: gevaarlijk of hinderlijk zwaaien met de stick
- ‘hoge bal’ (zie ook onder doelpunt
 - ‘snijden’
- ‘hakken op de stick’ tijdens een duel
- aanvallen van links als dit gevaarlijke situaties oplevert
- (naar) spelers (of hun stick) slaan of trappen, vasthouden of duwen,
  laten struikelen, blokkeren met het lichaam, of andere niet in geest van
  het spel zijnde handelingen
- de bal opzettelijk tegen een speler aan spelen

Wat mag niet?
 
- gevaarlijk zwaaien met de stick    - op de stick slaan van een tegenstander    -de bal hoog spelen

Wat mag niet?

- gevaarlijk zwaaien met de stick   - op de stick slaan van een tegenstander   - de bal hoog spelen
   

 

- je tegenstander duwen        - de bal met de voet spelen            - afhouden

 


Afhouden
Het is niet toegestaan een tegenstander van de bal af te houden door tussen hem en de bal te draaien waardoor de tegenstander de bal niet kan spelen.
Dit kan met het lichaam of met de stick.

Straffen
Bij een overtreding buiten de doelgebieden:
- een vrije slag door het andere team op de plaats van de overtreding
Bij een overtreding van een aanvaller binnen de cirkel of het 15m doelgebied:
- een vrije slag door het verdedigende team van een plaats op de 15m lijn, recht tegenover de plaats
  waar de overtreding heeft plaats gevonden
Bij een overtreding van een verdediger binnen de cirkel of het 15m doelgebied:
- een strafcorner door het aanvallende team
Bij een overtreding van een verdediger binnen de cirkel of het 15m doelgebied waardoor een zeker doelpunt wordt voorkomen of dat een verdediger expres een overtreding binnen het 15 m doelgebied maakt:
- een strafbal door het aanvallende team

Vrije slag
Als een speler iets doet wat niet mag (overtreding) krijgt een speler van het andere team een vrije slag. Deze moet worden genomen op de plaats van de overtreding.
De bal moet bij het nemen van de vrije slag stilliggen en mag niet omhoog worden gespeeld.
De tegenstanders moeten minimaal 5m afstand van de bal nemen.
Als een verdediger binnen 5m van de cirkellijn of 15m lijn een overtreding maakt krijgt het aanvallende team een vrije slag. De bal moet 5m buiten de cirkel of de 15m lijn worden gelegd recht tegenover de plaats waar de overtreding heeft plaats gevonden. Beide partijen moeten, behalve de nemer, minimaal 5m afstand van de bal nemen. De bal mag niet rechtstreeks de cirkel of het 15m gebied in worden gespeeld. De bal moet eerst 5m zijn verplaatst of zijn aangeraakt door een andere speler.
Als een aanvaller in de cirkel of het 15m gebied een overtreding maakt krijgt het verdedigende team een vrije slag. De bal moet op de 15m lijn worden gelegd recht tegenover de plaats waar de overtreding heeft plaats gevonden. Nu moeten alleen de tegenstanders minimaal 5m afstand van de bal nemen.

Strafcorner
Een strafcorner is een vrije slag die wordt genomen door een speler van het aanvallende team.
De bal moet op de achterlijn worden gelegd op minimaal 10m afstand van het doel.
Het aanvallende team mag zelf bepalen aan welke kant van het doel de strafcorner zal worden genomen. De strafcorner mag niet met een self-pass worden aangegeven.

Bij een strafcorner mogen maximaal 5 verdedigers met voeten en sticks achter de doellijn/achterlijn staan op minimaal 5m afstand van de bal. De overige verdedigers moeten achter de middenlijn staan.
De aanvaller die de bal zal aangeven van de achterlijn moet ten minste 1 voet achter de lijn plaatsen.
De andere aanvallers moeten zich buiten de cirkel of het 15m doelgebied opstellen.
Pas op het moment dat de strafcorner van de achterlijn wordt gespeeld mogen de verdedigers en aanvallers in het doelgebied komen.
De bal moet eerst buiten het 15m doelgebied zijn gespeeld voordat van binnen het 15m doelgebied kan worden gescoord. De bal mag niet hoger dan plankhoogte in het doel komen.

Strafbal
De bal wordt op 6,4m recht voor het doel gelegd.
De aanvaller moet achter de bal beginnen.
De aanvaller mag de bal alleen pushen dus niet slaan.
De aanvaller moet wachten op het fluitsignaal van de spelleider.
De aanvaller mag de bal maar 1x spelen.
De aanvaller mag de bal niet hoger dan plankhoogte in het doel spelen.
De doelverdediger moet met beide voeten op de doellijn staan.
De doelverdediger mag niet eerder van de doellijn komen voordat de aanvaller de bal heeft gespeeld.
Komt de doelverdediger toch te vroeg van de doellijn en stopt hierdoor de bal dan wordt de strafbal overgenomen.

Een strafbal eindigt zonder doelpunt als:
- de aanvaller een overtreding maakt
- de doelverdediger de bal stopt
- de bal de doellijn niet haalt

Als bij een strafbal een doelpunt wordt gemaakt, gaat het spel verder met een beginslag midden op het veld door het verdedigende team.
Als bij een strafbal geen doelpunt wordt gemaakt, gaat het spel verder met een vrije slag op de 15m lijn recht voor het doel door het team dat het doelpunt tegen kreeg.

Bal over de achterlijn als er geen doelpunt is gemaakt
- Is de bal het laatst aangeraakt door de stick van een aanvaller:
uitslaan door een verdediger op de 15m lijn recht tegenover de plaats waar de bal over de achterlijn ging. De tegenstanders moeten minimaal 5m afstand van de bal nemen.
-  Is de bal het laatst aangeraakt door de stick van een verdediger:
   lange corner voor het aanvallende team
-  Wordt de bal door een verdediger opzettelijk over de achterlijn gespeeld:
   strafcorner door het aanvallende team

Lange corner
De bal wordt op zijlijn gelegd, 5m van de achterlijn aan de kant van het doel waar de bal over de
achterlijn is gegaan. Beide partijen moeten, behalve de nemer, minimaal 5m afstand van de bal nemen.

Bal over de zijlijn.
Inslaan van een plaats op de zijlijn waar de bal uitging door een speler van team dat niet de bal het laatst aanraakte. De tegenstanders moeten minimaal 5m afstand van de bal nemen.
Bij een aanvallende inslag binnen het 10m gebied moeten beide partijen, behalve de nemer, minimaal  5m afstand van de bal nemen.

Time-out
Een time-out kan worden gegeven om de coaches van beide teams gelegenheid te geven de spelers extra aanwijzingen te geven, zodat het spel beter kan verlopen.
- een time-out kan op initiatief van de spelleider worden gegeven
- een time-out kan gevraagd worden door de coach van een team

Spelleiding
Nu het speelveld groter is en het spel sneller wordt gespeeld zal, wordt het spel geleid door twee spelleiders.
De spelleiders zijn geen scheidsrechters en moeten het spel begeleiden. Indien nodig kunnen zij het spel onderbreken om uitleg te geven over situaties die de spelers niet begrijpen.



14.3

ZAALHOCKEY VOOR DE JONGSTE JEUGD

6E-, 8D- en 8E-teams

Door de 8D- en 8E-teams worden wedstrijden gespeeld in sporthallen in ”competitieverband”.
(Voor 6E zie onderaan)
De verantwoordelijkheid voor organisatie, spelbegeleiding etc. berust bij de organiserende vereniging in de sporthal

Wedstrijdduur 
2x15 minuten met 5 minuten rust.

Speelveld
Als speelveld gelden de belijningen van de sporthalvloer, dus incl. cirkel.

Teams
Een team bestaat uit ten hoogste twaalf spelers. Per team mogen nooit meer dan zes spelers tegelijk op het speelveld zijn waarbij het verplicht is een keeper aan te wijzen. Elk team dient vergezeld te worden door een teambegeleider, van seniorenleeftijd, welke gedurende het verblijf van het team in de accommodatie de verantwoordelijkheid draagt voor het gedrag van de spelers.

Uitrusting
Voor de tenues gelden dezelfde regels als op het veld.
De doelverdediger is verplicht te spelen met legguards(beenbeschermers) en een helm.       Legguards dienen te voldoen aan de zaalhockeyvoorschriften. Het spelen met zaalhockeysticks is niet verplicht.
Voor de spelers geldt dat schoenen met zwarte zolen niet is toegestaan.

Wedstrijdleiding
Voor het leiden van wedstrijden is een scheidsrechters‑ kaart niet verplicht. (veld)hockeyervaring strekt uiteraard tot aanbeveling. In analogie met het veldhockey zijn er bij 8D‑ en 8E- teams twee spelbegeleiders. Bij 6E teams is één spelbegeleider, welke zich in het veld bevindt.

De spelleider(s) leidt(leiden) het spel in de geest van het hockey voor de jongste jeugd, d.w.z.: 
‑     Wees geen 'scheidsrechter' maar een spelbegeleider.
‑     Tracht de jongste jeugd vóór alles spelplezier te verschaffen door hen kiezend bezig te laten zijn, gebruik makend van  hun eigen inbreng en originaliteit.
‑     Onderbreek het spel zo min mogelijk; alleen in verband  met veiligheid en hoofdregels.
‑     Geef concrete aanwijzingen (aan beide partijen), voornamelijk als het spel stilligt.

Spelregels
De volgende regels zijn van toepassing:
‑     Er wordt gebruik gemaakt van de cirkel.
-     De bal mag alleen worden gepusht langs de grond, dus een schuifslag mag (ook) niet.
      Als de bal, bijvoorbeeld bij het stoppen, iets omhoog komt(stuit) is dat geen overtreding, mits de bal niet hoger komt dan balkhoogte. De bal over de stick van de tegenstander spelen mag niet.
‑     Op het doel mag de bal omhoog, alleen tot 'plankhoogte' (ook als er geen plank is).
‑     Er is een geldig doelpunt gemaakt als de bal binnen de cirkel door een aanvaller op doel is gepusht.
‑     Binnen de cirkel mag de keeper de bal met de voeten spelen en de bal met de hand wegslaan.
‑     Wisselen mag gebeuren op elk gewenst moment behalve bij strafcorners

6E:       Er zijn geen strafcorners. Bij een overtreding binnen de cirkel of het opzettelijk over de achterlijn spelen van de bal door een verdediger volgt een vrije push voor het aanvallende team buiten de cirkel. Daaruit kan niet rechtstreeks worden gescoord.

8D+8E: Bij een strafcorner stellen de spelers van het aanvallende team zich op buiten de cirkel.
De keeper moet in het doel, alle andere verdedigers staan met hun voeten en sticks achter de achterlijn aan de andere kant van het doel vanwaar de strafcorner wordt aangegeven.
De bal moet eerst buiten de cirkel worden gespeeld, voordat van binnen de cirkel een doelpunt kan worden gemaakt.

 

Tweede- en eerstejaars 6E teams

Verder speelt de E-categorie in sommige districten zaalhockey in ”toernooivorm”. D.w.z. alle teams komen 3 of 4 speeldagen op één locatie bij elkaar en elk team speelt 3 wedstrijden van 20 minuten zonder wisseling van speelhelft. Er kunnen maximaal 2 wedstrijden achter elkaar worden gespeeld.

De wachttijden hebben wij zoveel mogelijk proberen te beperken tot maximaal 2 wedstrijden.

De normale spelregels zijn van toepassing.

Uitslagen Wedstrijduitslagen en eventuele bijzonderheden worden genoteerd op het Rapportageformulier

 

14.4 Spelregels voor elftallen staan in een aparte pfd file
 
15 De Coach en de Technische Commissie
De eerste stap naar het "coachschap" is meestal een vraag van een lid van de technische commissie van de vereniging: "Wilt u coach worden?" Voordat u op deze vraag antwoord kunt geven is het zinvol om te overleggen met de technische commissie en de trainer. Wat kan in dit overleg aan de orde komen?
Keuze team
- wilt u een jongens- of meisjesteam begeleiden?
- voor welke leeftijdscategorie acht u zich het meest geschikt?
- voor welk prestatieniveau kiest u?
Algemeen
- hoe is de structuur van de vereniging, wie zijn de verantwoordelijken?
- wie is uw aanspreekpunt v.w.b. de coaching?
- wie zorgt voor uw introductie bij het team en wanneer?
- welke verzekeringsregeling heeft de vereniging afgesloten?
Praktische zaken:
- een wedstrijdschema voor de uit- en thuiswedstrijden.
- hoe en door wie worden de opstelling, het tijdstip van verzamelen en (bij uitwedstrijden) de "rijdende ouders"
bekend gemaakt?
- zijn er routebeschrijvingen naar de sportcomplexen voor de uitwedstrijden?
- wedstrijdformulieren: waar en wanneer inleveren?
- vervoer bij uitwedstrijden: fiets, openbaar vervoer en/of auto's? Hoe hoog zijn de kosten en hoe worden deze
omgeslagen?
- E.H.B.O.: waar ligt de verbandtrommel, ijs voor koeling en de telefoonlijst met telefoonnummers van
dienstdoende tandartsen, artsen en G.G.D. (ambulance)?
Trainer en trainingen
In het algemeen zal de technische commissie voor het team een trainer zoeken en aanstellen.
Als de keuze bepaald is zal u met deze trainer en de technische commissie overlegggen over o.a.:
- trainingsfrequentie, -duur en -aanvang
- wat is het clubbeleid t.a.v. presentie op trainingen en tijdens wedstrijden?
- wat is het clubbeleid t.a.v. het dragen van beschermende materialen?
- hoe wordt het afzeggen voor trainingen c.q. wedstrijden geregeld?

16 Eerste contact met het team

Het introduceren van uzelf bij het team kan geschieden door één der leden van de technische commissie (uw vaste contactpersoon?) of via publicatie in het clubblad. U heeft hierover al overleg gepleegd met de technische commissie. Een goed tijdstip voor de eerste ontmoeting met het team kan zijn de eerste training na de vakantie. Het hele gezelschap, inclusief trainer en technische commissielid, wordt verondersteld op dat moment aanwezig te zijn. Als plaats van samenkomst kan het clubhuis of één der kleedkamers fungeren.Wat u in een introductiebijeenkomst aan de orde stelt is onder meer afhankelijk van de leeftijd van de kinderen.
Hieronder enkele mogelijke aandachtspunten, die voornamelijk geschikt zijn voor een bijeenkomst met wat oudere kinderen.
- uzelf voorstellen.
- korte uitleg van uw visie op hockey en hoe u denkt dat een hockeyteam moet functioneren.
- spelers in een vragenronde zichzelf laten voorstellen (naam, hockeyervaring, voorkeurspositie in het veld,
school, e.d.).
- mededelingen t.a.v. presentie op trainingen en wedstrijden, het dragen van beschermende materialen en (bij
oudere jeugd) roken/alcoholgebruik zoals door u, de trainer en de technische commissie zijn overeengekomen.
- de taken van de aanvoerder bespreken; de spelers kunnen aan de hand van deze taakomschrijving
hun gedachten laten gaan over de keuze van de juiste speler voor het aanvoerderschap; e.e.a. in overleg met
de trainer/begeleider.
- bespreken van de taken van het team t.a.v. de club, tegenstanders, scheidsrechters en t.a.v. elkaar; afspraken
waarop u tijdens wedstrijdbesprekingen regelmatig terug zult (moeten) komen.
- praktische afspraken, zoals op tijd komen, geen horloges en sieraden dragen tijdens trainingen en wedstrijden
met het oog op verwondingen, thuislaten van waardevolle spullen, enz.
- geef de spelers gelegenheid om vragen te stellen.
Bij jonge jeugd (E- en D-categorie) is het aan te bevelen om een bijeenkomst te beleggen met de ouders. U kunt bovenstaande punten met hen bespreken en u kunt tevens vragen wat de ouders van u verwachten als
coach. Het is belangrijk om te komen tot een gezamenlijke "opleidingsweg". De volgende stellingen kunnen daarbij als uitgangspunt dienen:
- kinderen moeten op een plezierige, veilige en dynamische manier, aangepast aan hun ontwikkelingsniveau,
samen leren hockeyen en zo stap voor stap komen tot elftalhockey.
- coaches en ouders zijn opvoeders. Hun coachingsstijl hoort positief te zijn, d.w.z. aanmoedigen tot inspanning en goed spel. Bovendien, eerst prijzen wat goed is, pas daarna instructie ter verbetering van......
- tijdens de wedstrijd accepteren de ouders de "autoriteit" van de coach.
- samen leren het hockeyspelletje te spelen en er van gemeten is belangrijker dan leren winnen.
- Met betrekking tot de opstelling en wisselspelers is het van belang dat er duidelijkheid bestaat
voor uzelf, voor de kinderen en voor de ouders over de volgende punten:
? alle kinderen leren op alle plaatsen te spelen, om zo veel mogelijk spelervaring op te doen.
? een mini-team speelt altijd met een "aangeklede" keeper en 5 spelers (=zestal) of 7 spelers
(= achttal). Nooit meer spelers in het veld!
? de keeper en een veldspeler kunnen in de rust van plaats wisselen.
? wanneer er wisselspelers zijn, wordt er volgens een systeem gewisseld.

 

17 De wedstrijd
In deze paragraaf is een onderscheid gemaakt tussen "Mini-Hockey" en "Elftalhockey". De reden voor dit
onderscheid is dat de begeleiding bij mini-hockey (d.w.z. zestal- en achttalhockey) op sommige
punten afwijkt van de begeleiding van elftalhockey. In de paragrafen 4.1 en 4.2 wordt ingegaan op de
organisatorische aspecten van de begeleiding voor, tijdens en na de wedstrijd.
Het KNHB Mini-Hockey Plan Nederland is een basisopleiding tot en met het elftalhockey en bestaat uit 5 fasen:
Fase 1. 1:1 duellen Benjamin trainings leden
Fase 2. 3:3 duellen / wedstrijden Benjamin trainings leden en F- jeugd
Fase 3. 6:6 wedstrijden E- jeugd
Fase 4. 8:8 wedstrijden D- jeugd
Fase 5. 11:11 wedstrijden D/C/B/A- jeugd
Het seizoen,echter, is weer onderverdeeld in drie perioden:
Periode 1. augustus tot de herfstvakantie
Periode 2. na herfstvakantie tot de winterstop
Periode 3. na winterstop tot de zomervakantie
Deze indeling geldt niet alleen voor het trainingsplan maar ook voor de begeleiding. Dit begeleiden gebeurt volgens
het
"stap voor stap begeleidingsplan". Dit plan wordt behandeld in paragraaf 4.3. In die paragraaf zullen de inhoudelijke
aspecten van het begeleiden aan bod komen.

Welke begeleiding vraagt de mini?

18 De spelleider
In het zes- en achttalhockey is een belangrijke opleidingsfunctie weggelegd voor de spelleider.
De spelleider is ervoor verantwoordelijk dat beide teams kunnen spelen op een plezierige, veilige en leerzame wijze,
waarbij winnen of verliezen van ondergeschikt belang is; de prestatie moet ondergeschikt gemaakt worden aan het
spelplezier.
De spelleider is dus géén scheidsrechter!
Bij het zestalhockey worden de wedstrijden geleid door één spelleider; bij het achttalhockey door twee spelleiders.
Er wordt gespeeld met speelregels, niet met spelregels. Wat is het verschil? Spelregels liggen vast, terwijl
speelregels afspraken zijn die gemaakt worden om het spel (van de betreffende wedstrijd) veilig en met plezier te
kunnen spelen, en niet om de kinderen in hun spel te belemmeren. In het Mini-Hockey Plan Nederland zijn de
speelregels van het zes- en achttalhockey uitgebreid beschreven. Globaal vallen de regels uiteen in twee groepen.
1. Regels die te maken hebben met het speelveld:
- zijlijn
- doellijn
- deelgebied
- doel
- buitenspel (alleen bij achttalhockey)
2. Regels die te maken hebben met de veiligheid van de spelers:
- sticks
- afhouden/draaien
- van links aanvallen
- hoge bal
- bal ongecontroleerd terugslaan
- afstand houden bij vrije slag
- bolle kant
- bal tegen het lichaam
Voor de aanvang van de wedstrijd overlegt de spelleider met de begeleiders van beide teams. Hij overlegt over het
spelniveau en de sfeer waarin gespeeld zal worden en vraagt of er bepaalde accenten gelegd moeten worden.
Voorbeelden van te leggen accenten:

- sticks is gevaarlijk en dus verboden
- bal eerst onder controle, dan pas afspelen
- niet te lang lopen met de bal
- afspelen als een andere speler vrij staat
- gebruik de hele ruimte, geen kluitjeshockey
- afwisseling in breed en diep spelen
- handhaven van de formatie
- balbezit: veld zo groot mogelijk maken; niet-balbezit: veld zo klein mogelijk maken
- zorg dat je steeds "meedoet", ook als de bal niet vlakbij is
De activiteiten van de spelleider rondom de wedstrijd op een rijtje:
Vóór de wedstrijd; De spelleider:
- maakt kennis met de begeleiders van beide teams.
- overlegt over de wijze van spelleiden en begeleiden.
Begin van de wedstrijd: De spelleider:
- verzamelt beide teams op de middenlijn en laat de kinderen kennis maken.
- tosst met beide aanvoerders.
- laat de kinderen zich onder leiding van de begeleiders goed opstellen.
- geeft het beginsignaal als iedereen is opgesteld en de begeleiders buiten het speelveld zijn.
Tijdens het spel: De spelleider:
- draagt de verantwoordelijkheid voor de goede gang van zaken en veiligheid tijdens het spel
- gedraagt zich nadrukkelijk als spelleider en niet als scheidsrechter
- tracht de kinderen voor alles spelplezier te verschaffen door hen actief te laten spelen waarbij ze zelf keuzen
kunnen maken op grond van hun eigen inbreng en creativiteit
- onderbreekt het spel zo min mogelijk; alleen in verband met veiligheid en hoofdregels
- fluit "vragend", dat wil zeggen vraagt af en toe aan de kinderen waarom en geeft indien nodig uitleg
- gaat er van uit dat de overtredingen onopzettelijk zijn
- is consequent en duidelijk
- laat altijd spelen vanuit een basisopstelling met een concrete taakverdeling, waarbij de functie van de
doelverdediger niet vergeten wordt
- probeert "kluitjeshockey" zo veel mogelijk te voorkomen
- geeft concrete spelaanwijzingen aan beide ploegen, voornamelijk als het spel stil ligt
- geeft een time-out als dat noodzakelijk blijkt. De begeleiders hebben nu de gelegenheid hun team te
hergroeperen en extra aanwijzingen te geven
- staat nooit toe dat er meer dan zes spelers op een zestalveld en meer dan acht spelers op een
achttalveld spelen. Het wisselen van spelers is onbeperkt toegestaan
- stimuleert door zijn positief meelevende houding tot nóg meer spelbeleving
Na het spel: De spelleider:
- houdt met de kinderen en de begeleiders een korte nabespreking

19 De begeleider
Zoals we in § 1 al zagen is het één van de belangrijkste doelen voor een jeugdcoach om het hockeyen voor de
kinderen leuk, stimulerend, interessant en leerzaam te maken, zonder prestatiedruk. Dit geldt in het bijzonder voor de
begeleider van een team in de E- en D-categorie. Opleiden staat voorop, de kinderen moeten op alle plaatsen in het
veld leren spelen. Tevens kan er een bijdrage worden geleverd aan de sportieve opvoeding van de kinderen.

Over welke kwaliteiten moet de begeleider beschikken?
1. Organisatorische kwaliteiten. Dit betreft:
- organisatie van het Mini-Hockey binnen de vereniging
- organisatorische aspecten bij aanvang van het seizoen, tijdens het seizoen en na afloop van het seizoen
- organisatie rondom de wedstrijd
2. Technisch/tactische kwaliteiten.
De begeleider moet inzicht hebben in het opleidingsplan:
- techniek:
.. .wat moeten de kinderen in deze fase technisch beheersen?
- tactiek:
... taakverdeling
... opstelling
... opdrachten/afspraken
- speelregels
3. Begeleidingskwaliteiten betreffende de spelbeleving en de spelsfeer.
Dit betreft de "Mini-Hockey filosofie". De belangrijkste uitgangspunten van deze filosofie:
- mini's spelen met elkaar, niet tegen elkaar
- het gaat om het spel, niet om de uitslag
- het samenspelend bezig zijn geeft plezier en voldoening
- plezier en voldoening worden groter, naarmate het team technisch en tactisch vooruitgang boekt en de
motivatie om samen te spelen toeneemt
- de begeleider stijgt niet in aanzien als zijn team wint
- de begeleider is niet teleurgesteld bij verlies, maar wel bij slechte inzet, slechte teamgeest, slechte
samenwerking of slechte mentaliteit
- de begeleider is enthousiast bij inzet, samenwerking, samenspel en sportiviteit
De activiteiten van de begeleider rondom de wedstrijd op een rijtje:
Vóór de wedstrijd: De begeleider:
- ontvangt en maakt kennis met het andere team, de begeleider en de spelleider
- maakt afspraken met de spelleider en de begeleider van het andere team over de accenten die gelegd
zullen worden in de begeleiding en de spelleiding
- zet samen met het team het speelveld uit (bij thuiswedstrijden)
- houdt een bespreking met het team. Onderwerpen kunnen zijn:
... opstelling
... wie is vandaag de keeper (alle kinderen komen hiervoor minstens één keer aan de beurt)
... wie is vandaag de aanvoerder (alle kinderen komen hiervoor minstens één keer aan de beurt)
... wat zijn de accenten voor deze wedstrijd
... individuele opdrachten
... hoe wordt er gewisseld
- begeleidt de "warming-up"
Tijdens de wedstrijd: De begeleider:
- volgt rustig het spel van beide partijen
- roept met mate aanwijzingen het veld in, zonder de spelleider te storen
- stimuleert tot een positieve spelbeleving:
... sportief gedrag
... zo goed mogelijk je best doen
... elkaar helpen
... elkaar en de spelleider accepteren
- blijft buiten het speelveld
- vraagt een time-out indien nodig
- roept eventueel te fanatieke ouders tot de orde
- laat de kinderen spelen
- waardeert het spel van beide partijen
In de rust: De begeleider:
- laat de kinderen zo nodig truien of een
trainingspak aandoen
- luistert naar de kinderen
- geeft een pluim of een bemoedigende opmerking
- herhaalt taken en opdrachten
- geeft tips
- geeft de wissels aan


Na de wedstrijd: De begeleider:
- ruimt samen met de kinderen het veld op (bij thuiswedstrijden)
- zorgt voor limonade of thee (bij thuiswedstrijden) en praat na met beide teams, de begeleider, de
spelleider en de ouders
- vult het wedstrijdformulier in
- in het algemeen: leert de kinderen een goede gastvrouw/gastheer te zijn
- zorgt ervoor dat er een kort verslagje komt voor in het clubblad (dit doen de kinderen bij toerbeurt)

20 Welke begeleiding vraagt de elftalhockeyer?
Elftalhockey wordt gespeeld vanaf het 2e jaar in de D-categorie. Vanaf dit moment tot aan het einde van z'n
"hockeyloopbaan" blijft een speler elftalhockey spelen.
De begeleiding van jeugdteams die elftalhockey spelen is natuurlijk afhankelijk van de
leeftijdscategorie. D-jeugd is nog afhankelijk van de volwassene, terwijl de A-jeugd redelijk in staat
zal zijn zelfstandig te handelen. Dit verschil uit zich met name in het sociale gedrag. Daarnaast zijn
er uiteraard grote fysieke verschillen te constateren. Hoe een elftalhockeyer begeleid moet worden
is dus niet in het algemeen aan te geven; er zullen per leeftijdscategorie andere accenten gelegd
moeten worden. De leeftijdskenmerken van de verschillende leeftijdscategorieën en de gevolgen voor
de training zijn te lezen in KNHB Opleidingsplan.
Wat de begeleiding betreft hieronder enkele algemene aandachtspunten die gelden voor jongeren in
de "elftalhockey-leeftijd":
- wees vriendelijk: kinderen nemen nauwelijks iets aan van iemand die ze niet mogen.
- wees duidelijk: kinderen willen weten waar ze aan toe zijn, wat er van ze verwacht wordt.
- wees optimistisch: kinderen worden graag aangesproken op hun zelfstandigheid. Laat merken
dat er veel van ze verwacht wordt.
- wees belonend: kinderen werken nog harder als ze merken dat ze iets goed doen.
- besteed 90% van de tijd aan luisteren en hooguit 10% aan spreken.
De activiteiten van een coach rondom de wedstrijd op een rijtje:
Vóór de wedstrijd: De coach:
- bij uitwedstrijden: maakt goede afspraken (of laat die maken) over verzamelplaats en -tijd, wijze
van vervoer, route, enz.
- bij thuiswedstrijden: ontvangt de tegenpartij en de scheidsrechters, wijst hen de kleedkamers en
het speelveld
- bepaalt waar de wedstrijdbespreking wordt gehouden: bij iemand thuis, in het clubhuis, in een
kleedkamer of op het veld
- leidt de wedstrijdbespreking. Enkele punten die in deze bespreking behandeld (kunnen) worden: .
... opstelling en tactische accenten: wat ging er in de vorige wedstrijd goed/fout en waarom?.
... belangrijkste taken van de spelers (concrete opdrachten)
... strafhoekslagen aanvallend en verdedigend
... strafslagen
... individuele taken bij o.a. uitverdedigen, vrije slagen, inslagen, lange corner e.d.
... wie keept er (als er geen vaste keeper is)
... algemene speelwijze en accenten hierin
Daarnaast kunnen énkele opmerkingen over speelgedrag en mentaliteit gemaakt worden, bijvoorbeeld
betreffende:
... zo goed mogelijk blijven hockeyen, ongeacht het scoreverloop
... acceptatie van de scheidsrechters
... sportiviteit t.a.v. tegenstanders en medespelers
... concentratie t.a.v. de eigen taken
... anderen zoveel mogelijk helpen en stimuleren
Een gouden regel is: vertel voor en tijdens de wedstrijd niet te veel en geef spelers niet te veel opdrachten.
Kinderen zijn niet in staat veel opdrachten tegelijkertijd te onthouden en uit te voeren. Als ze dus te veel
taken toebedeeld krijgen, komt er van de uitvoering weinig terecht. Richt de aandacht vooral op inzet en een goede, plezierige wedstrijd
- zorgt voor een goede directe voorbereiding op de wedstrijd
De directe voorbereiding op de wedstrijd zal meestal een vaste routine zijn. De coach dient er zorg voor te
dragen dat de spelers het belang inzien van een goede voorbereiding en hun eigen verantwoordelijkheid
hierin. Naarmate de spelers ouder worden zal de "controle"-functie van de coach minder worden. Vaak
zal een speler, veelal de aanvoerder, de leiding van de directe voorbereiding op de wedstrijd op zich
nemen
Vaste onderdelen van deze voorbereiding:
... warming-up met de gehele groep
... warming-up met stick en bal; denk hierbij aan de veiligheid
... aanvoerder stelt zich voor aan de aanvoerder van de tegenpartij en de scheidsrechters en tosst
voor de speelhelft of afslag
... trainingspakken uit en bij elkaar komen voor het "hoeraatje"
Tijdens de wedstrijd: De coach:
- beoordeelt het eigen team:
... houden de spelers zich aan de opstelling en het systeem?
... houden de spelers zich aan de gemaakte afspraken?
... houden de linies zich aan de gemaakte afspraken?
... zijn de gemaakte afspraken goed, of moeten ze veranderd worden?
... moeten er wissels plaatsvinden?
- beoordeelt de tegenpartij:
... zijn er spelbepalende spelers die "uitgeschakeld" moeten worden?
... zijn er zwakke punten die benut kunnen worden?
- blijft rustig en probeert alleen specifieke aanwijzingen te geven, zoveel mogelijk individueel,
b.v.: "Peter, houd je handen verder uit elkaar als je een bal stopt". In geen geval slingert hij
kreten als "stoppen" (als iemand net heeft gemist) of "bewegen" (wie, waarheen?) het veld in.
Deze kreten zijn natuurlijk goed bedoeld, maar ze ressorteren geen enkel effect.
In de rust: De coach:
- laat de spelers indien nodig trainingspakken aantrekken
- laat de spelers water/thee/sinaasappels pakken (denk
ook aan de tegenpartij)
- luistert naar de spelers, maar laat geen discussie toe
- laat de spelers een ogenblik "uitrazen" en "uitblazen" en
eist daarna de aandacht op
- accentueert goede/sterke momenten
- koppelt terug naar de gemaakte afspraken
- geeft spelerswissels of plaatswissels aan en licht ze kort
toe
- geeft 1 à 2 accenten aan (nieuwe opdrachten of
verandering van opdrachten)
- bemoedigt de spelers en blijft positief
Na de wedstrijd: De coach:
- probeert net als bij de warming-up de verantwoordelijkheid voor een aantal zaken over te laten aan de spelers of
de aanvoerder:
... trainingspakken aan doen en cooling-down
... bedanken van de scheidsrechters/hoeraatje
... wedstrijdformulier invullen
... douchen
... drankje verzorgen voor de tegenpartij
- haalt direct na de wedstrijd de spelers nog even bij elkaar voor een kort nawoord: winnen/verliezen relativeren,
positief blijven en ook het spel van de tegenpartij waarderen
- bedankt de scheidsrechters en de coach van de tegenpartij en biedt hen wat te drinken aan
- gaat na of het gedrag van de spelers verloopt conform de richtlijnen van de technische commissie
- controleert of iedereen vervoer terug heeft
- bedankt de ouders voor het rijden en regelt evt. de financiële vergoeding

21 Contacten met de trainer
Na het eerste contact met de trainer van uw elftal, tijdens het gesprek met de technische commissie, is een
voortdurende communicatie met de trainer een absolute vereiste, omdat:
- de wedstrijden en trainingen een eenheid vormen.
- tussen beiden een voortdurende wisselwerking aanwezig is.
- in de wedstrijden tekortkomingen naar voren komen, die getraind moeten worden.
- in de trainingen nieuwe aspecten geoefend worden, die in de wedstrijd getest moeten worden.
Vóór aanvang van het hockeyseizoen
- inventariseren van uw team wat betreft leeftijd, techniek, tactiek, conditie en mentaliteit.
- het trainingsprogramma bespreken; met name overleg inzake de formatie, het systeem, de
strafhoekslag, enz.
- afspreken wie de diverse functies bij de strafhoekslag, enz. gaan vervullen.
- afspreken hoe de afgelastingen van de trainingen doorgegeven worden.
- wie geeft de keeper training?
- afspraken maken over de warming-up en de cooling-down.
- vragen of de trainer ook enige wedstrijden kan en wil bezoeken. Vooral de eerste wedstrijden
zijn belangrijk.
Tijdens het hockeyseizoen
- overleg over het verloop van de wedstrijden en de individuele prestaties van de spelers.
- overleg over de inzet en de mentaliteit.
- overleg over mogelijke problemen van één of meerdere spelers.
- overleg (eventueel) over selectie.
- overleg over evenementen, zoals het Hockey Diploma, toernooien, Young Stars en districtsselectie.
Na liet hockeyseizoen
- afspraken maken over de afsluiting van het seizoen
- een gezamenlijk verslag voor de technische commissie maken betreffende de prestaties van de spelers
en het team tijdens het afgelopen seizoen

22 De aanvoerder
Om in overleg met het team tot een goede keuze van de aanvoerder te komen, is het aan te bevelen
onderstaande punten de revue te laten passeren:
1. De aanvoerder moet iemand zijn die een goed contact heeft met enerzijds teamleden en
anderzijds trainer en coach.
2. De aanvoerder hoeft niet de beste speler te zijn, maar moet wel over een redelijk tactisch inzicht
beschikken. Hij is in het veld het "verlengstuk" van zijn coach.
3. De aanvoerder moet voldoende overwicht hebben om op bepaalde momenten leiding te kunnen
geven.
4. De aanvoerder is de stimulerende factor t.a.v. trainingsbezoek, wedstrijdmentaliteit,
trainingsdiscipline, zelfdiscipline, motivatie, enz.
5. De aanvoerder stelt zich voor de wedstrijd voor aan de scheidsrechters en aan de aanvoerder
van de tegenpartij. Hij roept het "hoeraatje" en verzorgt na de wedstrijd de drankjes. Tevens vult hij
het wedstrijdformulier in.
6. De aanvoerder moet organisatorische kwaliteiten bezitten. Zo dient hij b.v. een spelerslijst op te
stellen met alle namen, adressen en telefoonnummers, inclusief doorbelsysteem.
7. De aanvoerder moet in staat zijn om sfeerbepalende initiatieven te ontplooien die veelal buiten
het wedstrijdgebeuren zullen liggen. Na de wedstrijd neemt de aanvoerder initiatief voor contact
tussen eigen teamleden en tegenstanders.
Deze lijst is ongetwijfeld nog aan te vullen, maar het functioneren van de aanvoerder staat of valt met de
"ruimte" die door de coach geboden wordt. Wel moet opgemerkt worden dat er in deze lijst wordt
uitgegaan van een redelijke zelfstandigheid van de aanvoerder. Hoe jonger de kinderen, hoe minder
vanzelfsprekend dit is. Bij de E-, D- en C-jeugd zullen de aanvoerders dus geholpen moeten worden,
temeer daar in deze categorieën de kinderen bij toerbeurt aanvoerder zijn.

23 De coach en fair play
Het wordt steeds meer duidelijk dat het stimuleren van fair-play ook in
hockey noodzakelijk is om voortschrijdende normvervaging en
wangedrag een halt toe te roepen. De vereniging en met
name de trainer/coach/begeleider spelen hierin een
voorname rol.
Er zijn veel oorzaken aan te geven voor het ontstaan van
wangedrag. Onderstaand een opsomming, met daarbij
enige aandachtspunten voor de trainer/coach/begeleider.
1. Gebrek aan spelregelkennis.
- Besteedt u tijdens de training of rondom de wedstrijd aandacht aan de spelregels? Bent u
zelf op de hoogte?
2. Gebrek aan begrip voor de rol van de scheidsrechter.
- Zonder scheidsrechters is hockeyen onmogelijk; scheidsrechters maken meestal minder
fouten tijdens een wedstrijd dan spelers.
3. Ontbreken van een algemeen aanvaarde hockey etiquette.
- Werk hieraan vanaf de jongste jeugd!
4. Gebrekkig leiderschap binnen en buiten de lijnen.
- Heeft de aanvoerder duidelijk omschreven taken? Krijgt hij de ruimte om deze taken uit te voeren?
5. Het stellen van prestatie boven sportiviteit.
- Hoe belangrijk is het resultaat? Wie bepaalt dat? Hoe gaat u als trainer/coach/begeleider om met
het opleidings- en het prestatie-aspect?
6. Het niet of niet tijdig bijbrengen van verantwoordelijkheidsgevoel.
- Kunnen individuen zich verschuilen achter de groep, of mag het team dat achter andere teams?
7. De invloed van de "bank" en de toeschouwers (waaronder ouders).
- Is die invloed negatief? Wat kunt u als begeleider daaraan doen?
8. Het voorbeeld van senioren, in het bijzonder van standaard- en vertegenwoordigende teams.
- Is het mogelijk om negatieve voorbeelden en invloeden om te zetten in positieve invloeden?
9. Door de groepsinvloed versterkte agressie.
- Zijn er "leiders" in de groep? Kunt u die sturen? Of wilt u juist de "volgers" beïnvloeden?
Een coach/begeleider heeft vele taken. Al deze taken bijeen kunnen zorgen voor een complete
hockey-opleiding van een jeugdlid. De afzonderlijke taken hebben uitwerking op elkaar. Zo kunnen
bijvoorbeeld een betere beheersing van de techniek en een goede voorbereiding op de wedstrijd fairplay
in de hand werken.
Zonder in te gaan op het hele takenpakket van de coach, geven wij hieronder enige taken die een
directe relatie hebben tot fair-play:
- de coach ziet er op toe dat het team zich ook voor en na de wedstrijd correct gedraagt
- de coach onthoudt zich van kritiek op de
- scheidsrechter(s) en wijst de spelers op het feit, dat iedere beslissing van de scheidsrechter(s)
moet worden aanvaard zonder appelleren en zonder commentaar. Na de wedstrijd kan er altijd
nog over gepraat worden. Voorkom irritaties!
- de coach is positief, opbouwend in zijn aanwijzingen tijdens de wedstrijd en moedigt aan
- de coach wisselt een speler (tijdelijk) die zich misdraagt; zorgt ervoor de scheidsrechter een
slag voor te zijn
- de coach gaat na de wedstrijd niet onmiddellijk naar huis, maar praat nog even na met iedereen.
·

24 Nog in de map op te nemen cq te bespreken zaken

Aanwezigheid spelers op training
Wisselschema’s bij mini’s (keeper 2e helft niet wisselen en midvoor spelen)
Keeperstraining inroosteren
Geen gevaarlijke spullen (ringen e.d.) tijdens wedstrijd en training
Bitjes- en scheenbeschermerbeleid
Wanneer vaste posities (incl. keeper)
Keeper in mini’s ook regelmatig laten hockeyen (op training)
Wedstrijdschema voor aanvang seizoen (met vervoer + praktische afspraken)
Verzekeringen
Vervoerskosten
Spelregels
Lege speelvelden om te tekenen